Wat is de betekenis van Geschikt?

2025-12-15
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

geschikt

geschikt - Deelwoord 1. voltooid deelwoord van schikken 1. vormt de lijdende vorm De bloemen werden prachtig geschikt. 2. vormt de voltooide tijden Hij had zich er niet naar geschikt. 3. attributief gebruikt ...

2025-12-15
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

geschikt

geschikt - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-schikt 1. prettig om mee om te gaan ♢ dat is een geschikte vent 2. passend voor een bepaalde gelegenheid ♢ is deze jurk geschikt voor het feest?...

2025-12-15
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Geschikt

adj., geskikt, gaedlik; (in de omgang), noflik; zijn lichaam isvoor het werk, de lea steane him nei it wurk.

2025-12-15
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

geschikt

bn. (1 van personen: aangenaam in de omgang, aardig; 2 van personen en zaken: bruikbaar, dienstig): 1. een geschikt man; 2. die knecht is voor alles geschikt; dat is niet voor mijn doel geschikt; dat is net geschikt om alles te doen mislukken; een geschikte tijd.

2025-12-15
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

geschikt

(gə’schikt) bn. en bw. (-er. -st en meest -) 1. passend, aanleg hebbend : voor de dienst. 2. passend voor de omgang in de maatschappij, aangenaam, aardig in de omgang: een man. 3. gepast, dienstig: het is nu de -e tijd; niet voor mijn doel. Syn. bruikbaar.

2025-12-15
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

geschikt

bn. en bw. (-er, -st of meest -), 1. (van personen) aangenaam in de omgang, anderen niet ergerend door onbescheidenheid of ongemanierdheid: hij is een heel man; het zijn geschikte lui; 2. voor iets passend, voor iets bekwaam of bruikbaar:hij is voor alles -; ik vind het —, ik heb er geen bezwaren tegen; bw., op een geschikte wijze: hij heeft...

2025-12-15
Etymologisch Woordenboek

Instituut voor de Nederlandse taal

geschikt

geschikt bn. 'passend; aardig' categorie: geleed woord Mnl. 'gepast, welvoeglijk' in dat hi alle dinghen verghetet, die niet gescict en sijn tot gode 'dat hij alle dingen vergeet die niet gepast zijn voor God' [1437; MNW verscheiden], 'passend, bekwaam' in is hy bet ghescict ende habelre 'is hij geschikter en ha...

2025-12-15
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Geschikt

GESCHIKT, bn. bw. (-er. -st of meest -), (van personen) (veroud.) niet ongeregeld, ordelijk, zedig; — (thans) aangenaam in den omgang, anderen niet ergerend door onbescheidenheid en ongemanierdheid hij is een heel geschikt man; het zijn geschikte lui; — voor iets passende voor iets bekwaam of bruikbaar hij is voor alles geschikt; hij k...

2025-12-15
Handwoordenboek van Nederlandsche synoniemen

J.V. Hendriks (1898)

Geschikt

zie Bekwaam. zie Bruikbaar.

2025-12-15
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Geschikt

Geschikt, bn. (-er, -st), bekwaam; gepast, dienstig (tot), bruikbaar; passend, voegend, overeenkomende (met); geregeld, geordend; zedig, ordelijk. *-, *-ELIJK, bijw. zediglijk, ordelijk. *-HEID, v. gmv. bekwaamheid; gepastheid; zedigheid, bedaardheid.

Wil je toegang tot alle 16 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2025-12-15
Prisma NL Sranantongo

Unieboek | Het Spectrum (2025)