Wat is de betekenis van Germanen?

2019
2022-07-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Germanen

Germanen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Germaan

Lees verder
2009
2022-07-07
Geschiedenis & Samenleving

Geschiedenis & Samenleving

germanen

Volksstammen die zich aan het einde van de IJzertijd in de Lage Landen vestigden.

2004
2022-07-07
lesmethode Memo

Geschiedenisles voor bovenbouw

Germanen

Verzameling volken en stammen die oorspronkelijk in het gebied van Duitsland en Nederland leefden, zoals de Friezen en de Bataven.

1994
2022-07-07
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Germanen

Germanen, in de vorm Germanoi in schriftelijke bronnen voor het eerst gebruikt door de Griek Posidonius, circa 90 v.Chr. Met Germanoi werd een relatief kleine groep stammen aangeduid, die deel uitmaakte van de Kelten, aan weerszijden van de Rijn. → Caesar geeft in de Commentarii de Bello Gallico een veel ruimere betekenis aan dit begrip. Behalve en...

Lees verder
1981
2022-07-07
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Germanen

noordwestelijke tak van de Indogermanen. Oudst bekende vestiging: onze lage landen, Jutland, Scandinavië. Omstreeks 600 v. Chr. kolonisatie langs de monden van Oder en Weichsel. In 200 v. Chr. drongen de Kimbren en Teutonen het Romeinse Rijk binnen. Rond 50 v. Chr. kwamen de Sueven (Zwaben) de Elzas binnen. De Oostgermanen zetten zich n...

Lees verder
1981
2022-07-07
Geschiedenis Lexicon

H.W.J. Volmuller (1981)

Germanen

Indo-europese groep van volken, waartoe op grond van hun taalverwantschap gerekend worden: Scandinaviërs. Duitsers, Nederlanders en Engelsen. Hun kerngebied lag in de 7e eeuw v.C. aan de benedenloop van de Elbe, vanwaar zij zich verspreidden naar Scandinavië. de Noordzeekust, het Harzgebied en later naar Midden-Duitsland (Hessen) en Bohem...

Lees verder
1973
2022-07-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Germanen

Indo-europese groep van volken, waartoe op grond van hun taalverwantschap gerekend worden: Scandinaviërs, Duitsers, Nederlanders, Engelsen en hun afstammelingen in Amerika, Australië, Nieuw-Zeeland en Zuid-Afrika. Hun kerngebied lag in de 7e eeuw v.C. aan de benedenloop van de Elbe (Jastorf-cultuur), vanwaar zij zich verspreidden naar Sca...

Lees verder
1962
2022-07-07
Archeologische Encyclopedie

Alles over Archeologie

Germanen

Z. Hoofdst. IV.

1949
2022-07-07
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Germanen

Indo-Germaanse volksgroep, thans omvattend de Duitse groep, de Skandinaviërs en de Angelsaksen. Woonden een tijdlang in het stroomgebied van Oder, Weichsel en Dnjepr. Een grote groep trok Westwaarts; de eerste botsing tussen Rom. en G. had plaats eind 2e eeuw v.C. (Kimbren en Teutonen). Met grote moeite wisten Caesar en zijn opvolgers de Rijn...

Lees verder
1947
2022-07-07
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Germanen

is de samenvattende benaming van een aantal volken in Noord-Europa, die aan elkander nauw verwante, zgn. Germaanse talen spreken. Tot hen behoren de Scandinavische volken, de Engelsen, Duitsers en Nederlanders. Gaat men terug tot de Romeinse tijd, dan treffen wij eveneens Germani aan als een verzamelnaam voor de s...

Lees verder
1933
2022-07-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Germanen

oorspr. naam v/d bewoners v. Germania; later gesplitst in N.-G., W.-G. en O.-G. Thans behooren t/d G.: Nederlanders, Duitschers, Englischen, Denen, Zweden, Noren, Duitsch-Zwitsers en Vlamingen.

Lees verder
1933
2022-07-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Germanen

Germanen - (Keltisch woord), Indo-Europeesche stam; oudste bekende woonplaats Z. Skandinavië, Jutland, N. Duitschland tusschen Wezer en Oder. In verband met de Keltische volksverhuizing breidden ze zich in de 4e eeuw v. Chr. uit over geheel Duitschland tusschen Rijn, Donau, Weichsel en Oost- en Noordzee. Hun verdere opdringen tot over den Rij...

Lees verder
1916
2022-07-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Germanen

Germanen - naam van de volkerengroep, uit welke de Skandinaviërs, Duitschers, Nederlanders (inclus. Friezen) en Engelschen, met hun vertakkingen (b.v. Amerikanen, Zuid-Afrikaners) zijn voortgekomen. De G. behooren tot de grootere groep der Indogermanen of Indo-europeanen en de vraag naar de oorpronkel. woonplaats der G. hangt dus ten nauwste samen...

Lees verder
1870
2022-07-07
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Germanen

Germanen noemden de Romeinen hunne noordelijke naburen, die, onderscheiden van de Galliërs, Sarmaten en Scythen, aanvankelijk tusschen de Rijn en de Weichsel gevestigd waren. Thans geeft men dien naam aan de Duitschers, Nederlanders, Engelschen en Skandinaviers. Volgens de Romeinen is het woord afkomstig van het Latijnsche germanus (broeder), doch...

Lees verder