Wat is de betekenis van Geregeld?

2024-02-25
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

geregeld

geregeld - Bijvoeglijk naamwoord 1. waar al voor gezorgd is De geregelde stoelen waren nog niet geleverd. geregeld - Bijwoord 1. met regelmaat, regelmatig Hij gaat geregeld naar Oost-Europa. geregeld - Werkwoord 1....

2024-02-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

geregeld

geregeld - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-re-geld 1. waar regelmaat in zin ♢ wij hebben een geregeld leven 2. met vaste tijdsduur ertussen ♢ hij komt geregeld te laat Bijvoeglijk...

2024-02-25
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans (2014)

geregeld

precies, net: Hoor die muziek nou weer es effe! Geregeld of je in de hemel was, HERMUS 155.

2024-02-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Geregeld

adj. & adv., regelmjittich; (adv.) stéfêst, geregeldwei; — leven, jin goed by de streek hâlde, goed streek hâlde (goed) by ’t wâltsje lâns gean.

Wil je toegang tot alle 9 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-25
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

geregeld

I. bn. (1 naar een vaste regel of vaste regels bestuurd; geordend; georganiseerd; 2 als bestuurd door vaste regels; ordelijk; 3 telkens terugkerende; regelmatig): 1. geregelde troepen; 2. de paarden in geregelde draf; een geregeld leven; 3. dit was zijn geregelde ontspanning; een geregeld bezoeker van een café, vast; II. bw. (1 op ordeli...

2024-02-25
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

geregeld

(gə're:gəlt) bn. en bw. (-er, -st en meest -) 1. geordend : -e troepen. Syn. tuchtvol. Tgst. → bandeloos. 2. ordelijk : een leven; alles liep af. 3. vast, regelmatig, volgens een vaste gewoonte: een bezoeker van een café; iemand bezoeken.

2024-02-25
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

geregeld

bn. en bw. (-er, -st), I. bn., 1. naar een vaste regel of vaste regels geschiedend: de geregelde was en afneming van de maan; 2. geordend, behoorlijk georganiseerd: geregelde troepen, een geregelde krijgsmacht; een geregelde veldslag, waarin alle troepen en vuurwapens volgens een bepaald plan worden ingezet; 3. ordelijk: een huishouden; een gere...

2024-02-25
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Geregeld

GEREGELD, bn. bw. (-er, -st of meest-), geordend geregelde troepen, eene geregelde krijgsmacht, behoorlijk georganiseerd: — ordelijk een geregeld huishouden; een geregelde gang van zaken; — een geregeld gesprek, dat niet telkens wordt afgebroken, maar geleidelijk voortgaat; — een geregeld leven leiden, een leven waarin dezelfde...

2024-02-25
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Geregeld

Geregeld, dw. zie REGELEN. *-, bn. (-er, -st), ordelijk; in zijnen loop; gerangschikt; aan bepaling onderworpen; -e troepen, een behoorlijk georganiseerd leger. *-HEID, v. gmv. regelmatigheid; orde.