Wat is de betekenis van geranium?

2019
2021-10-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

geranium

geranium - Zelfstandignaamwoord 1. Sierplanten geslacht uit de Ooievaarsbekfamilie Achter de geranium zitten (nooit het huis verlaten).

Lees verder
2018
2021-10-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geranium

geranium - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-ra-ni-um 1. plant die vaak in bloembakken staat ♢ in de bak voor het raam stonden rode geraniums Zelfstandig naamwoord: ge-ra-ni-um de geranium ...

Lees verder
2000
2021-10-19
Plantennamen

Verklarend woordenboek der wetenschappelijke namen van de in Nederland en Nederlandsch-Indië in het wild groeiende en in tuinen en parken gekweekte varens en hoogere planten door Dr. C. A. Backer (1936)

Geranium

Geránium L. [C. Linnaeus], - Lat. transcr. van den ouden Gr. plantennaam geranĭon, de ooivaarsbek. - Het woord geranĭon is het verkleinw. van gerănos, kraanvogel, een eenigszins op een ooievaar gelijkende vogel met langen, rechten snavel. De naam zinspeelt, evenals de Ned. volksnaam, op de lang gesnavelde kluisjes.

1993
2021-10-19
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Geranium

kamer- en tuinplant

1973
2021-10-19
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

geranium

v./m. (-s), 1. Geranium, ooievaarsbek, 2. onjuiste, maar veel gebruikte ben. voor ➝Pelargonium, tot dezelfde familie als Geranium behorend, m.n. voor de tuingeranium (Pelargonium zonale) en de hangende (Pelargonium peltatum).

Lees verder
1952
2021-10-19
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Geranium

s., geranium.

1949
2021-10-19
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Geranium

zie Ooievaarsbek. De tuinplant, die algemeen met de naam Geranium wordt genoemd, heet Pelargonium; behoort tot de Ooievaarsbekfamilie*. De voornaamste soorten zijn Tuingeranium (P. zonale), Franse G. (P. grandiflorum), Hang-G. (P.-peltatum), Rozen-G. (P. radula var. roseum).

Lees verder
1933
2021-10-19
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Geranium

Ooievaarsbek ; i/h wild in gras en bosch, ook gekweekt voorkomende plant, met roode, witte of blauwe bloemen en witte, harige bladeren.

1933
2021-10-19
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Geranium

Geranium - ➝ Ooievaarsbek; Pelargonium.

1916
2021-10-19
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Geranium

Geranium - plantengeslacht der Geraniaceeën met 260 soorten in de gematigde gordels en in de hoogere bergstreken van de tropen. Inheemsch zijn 12 soorten, waarvan 6 eenjarig, soms tweejarig zijn en de overigen tot de overblijvende kruidachtige planten behooren. Zij groeien op zandige bouwlanden, langs dijken, ten deele in boschachtige streken. De v...

Lees verder
1898
2021-10-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geranium

GERANIUM, v. (-s), een talrijk plantengeslacht, met fraaie heldere bloemen, waarvan verschillende soorten als sierplanten in tuinen worden gekweekt, inz. de tuingeranium (pelargonium zonale) en de hangende geranium (P. peltatum), —OLIE, v. eene etherische olie, die uit eenige geraniumsoorten wordt bereid en als surrogaat en ter vervalsching v...

Lees verder