Wat is de betekenis van gepast?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gepast

gepast - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van passen gepast - Bijvoeglijk naamwoord 1. goed aansluitend bij de situatie of bedoelingen Met gepaste bewoordingen wist hij de ruziemakers tot rust te brengen. 2. behoorlijk, fatsoenlijk Vloeken is geen...

Lees verder
2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gepast

gepast - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-past 1. met goede manieren, zoals het hoort ♢ het is niet gepast om in gezelschap te boeren 1. gepast geld [precies zoveel geld als nodig is]...

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gepast

bn. en bw. (-er, meest —), 1. geschikt voor, berekend naar het doel: een gepaste handbeweging; hij had geen gepaster woorden kunnen kiezen; hij dacht over een — middel om weg te komen; 2. betamelijk: een gepaste bescheidenheid; hij gaf een antwoord; precies goed, niet overdreven: met gepaste vrijmoedigheid antwoorden; 3. juist afgepast:...

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gepast

GEPAST, bn. bw. (-er, meest -), geschikt, berekend naar het doel eene gepaste handbeweging; hij had geen gepaster woorden kunnen kiezen; hij peinsde op een gepast middel om weg te komen; — betamelijk, voegzaam eene gepaste hulde; hij gaf een gepast antwoord. GEPASTHEID, v.

Lees verder
1898
2021-01-19
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Gepast

zie Betamelijk.