Wat is de betekenis van geoorloofd?

2019
2023-01-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

geoorloofd

geoorloofd - Bijvoeglijk naamwoord 1. toestemming hebbend Het is geoorloofd om twee alcoholische consumpties per dag te gebruiken. Synoniemen toegestaan

Lees verder
2018
2023-01-30
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geoorloofd

geoorloofd - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-oor-loofd 1. wat is toegestaan, wat mag ♢ het is niet geoorloofd om hier te roken Bijvoeglijk naamwoord: ge-oor-loofd de/het geoorloofde ... Synoniemen...

Lees verder
1973
2023-01-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

geoorloofd

bn. (-er, -st), toegelaten, niet verboden (hetzij door de wet van de zedelijkheid, hetzij bij wet of verordening van de wettige overheid): is het hier te roken?; een vermaak, een vermaak

1967
2023-01-30
Kerkelijk woordenboek

Termen uit het katholieke leven (1967)

Geoorloofd

wordt een → Sacrament toegediend, wanneer niet alleen aan de eischen van geldigheid is voldaan, maar ook aan bijzondere bepalingen, die omtrent de toediening van een Sacrament zijn vastgesteld. B.v. een leek doopt buiten geval van nood wel geldig, maar niet geoorloofd.

1952
2023-01-30
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Geoorloofd

adj., frij; — zijn, frij stean der op troch kinne; het -e te buiten gaan, oer de streek gean, der (fier) by troch wêze.

1937
2023-01-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

geoorloofd

bn. (niet verboden, toegelaten): een geoorloofd vermaak, een geoorloofd middel.

1930
2023-01-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

geoorloofd

(gə'o:rlo:ft) bn. (-er, -st) toegelaten : is het hier te roken?

1926
2023-01-30
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Geoorloofd

Het geoorloofde kan verstaan worden in juridischen en in ethischen zin. Hoewel beide begrippen elkander niet dekken, omdat de juridische en ethische normen onderscheiden zijn, stemmen zij toch hierin overeen, dat zij betreffen alles wat niet-geboden en niet-verboden is. Uit juridisch gezichtspunt zal het geoorloofde steeds een breede uitgestrekthei...

Lees verder
1898
2023-01-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geoorloofd

GEOORLOOFD, bn. (-er, -st), toegelaten, niet verboden (noch door de wet der zedelijkheid, noch bij wet of verordening der wettige overheid): is het geoorloofd hier te rooken ?; — een geoorloofd vermaak, een vermaak waarvan de genieting niet verboden is; — een geoorloofd middel, een middel dat men vrij mag aanwenden of toepassen. GEOORL...

Lees verder
1864
2023-01-30
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Geoorloofd

Geoorloofd, bn. vergund, toegestaan. *-HEID, v. gmv. vergunning.

Lees verder