Wat is de betekenis van Genoeglijk?

2019
2021-04-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

genoeglijk

genoeglijk - Bijvoeglijk naamwoord 1. waarbij men plezier beleeft Wij hebben een genoeglijke middag doorgebracht met onze kleinkinderen. genoeglijk - Bijwoord 1. op genoeglijke wijze Hij zat genoeglijk een kopje thee te drinken....

Lees verder
2018
2021-04-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

genoeglijk

genoeglijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-noeg-lijk 1. wat een aangename sfeer heeft ♢ er was een genoeglijke sfeer op dat feestje Bijvoeglijk naamwoord: ge-noeg-lijk ... is genoeglijker dan ... ...

Lees verder
1973
2021-04-22
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

genoeglijk

bn. en bw. (-er, -st), 1. genoegen verschaffend, aangenaam, plezierig: een — leven; een boekje; m.n. met betrekking tot in gezelschap gesmaakt genoegen: een avondje; 2. blijk gevend van het genoegen dat men ondervindt: wij verkeerden in de genoeglijkste stemming; 3. bw., aangenaam, gezellig: zij zaten bij elkaar.

Lees verder
1952
2021-04-22
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Genoeglijk

adj. & adv., noflik, smûk swiet, aerdich.

1898
2021-04-22
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Genoeglijk

GENOEGLIJK, bn. bw (-er, -st), genoegen verschaffende, aangenaam, pleizierig: een genoeglijk leven; een genoeglijk avondje; — blijk gevende van het genoegen dat men ondervindt: wij verkeerden in de genoeglijkste stemming; — bw. aangenaam, gezellig zij zaten genoeglijk bij elkaar GENOEGLIJKHEID, v. (...heden).

Lees verder
1898
2021-04-22
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Genoeglijk

zie Aangenaam.