Wat is de betekenis van Genius?

2020
2021-01-20
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Genius

Verkorting van Eugenius of verlatijnste vorm van Geen.

2017
2021-01-20
Grieks-Romeinse Oudheid

XYZ van de Grieks-Romeinse Oudheid

Genius

Genius - Beschermgeest. De genius die de Romeinen vereerden samen met Lares, Penates en Vesta, was oorspronkelijk de vergoddelijkte teelkracht van de pater familias. Aan deze genius werden offergaven gebracht op de verjaardag van de heer des huizes. Doch van oudsher werd de genius ook opgevat als beschermgeest van de huisvader, waarmee deze laatste...

Lees verder
1993
2021-01-20
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Genius

beschermgeest

1973
2021-01-20
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

genius

[Lat.], m. (geniën), bij de Romeinen: 1. oorspronkelijk de voortbrengingskracht van de man, speciaal van de ➝pater familias als belichaming van de familie; 2. later de van geboorte tot dood begeleidende persoonlijke beschermgeest, vaak gedacht als een slang en vooral op verjaardagen vereerd; 3. tenslotte dacht men zich ook steden, staten en co...

Lees verder
1964
2021-01-20
voornamen

Voornamenboek

Genius

m Verkorting van Eugenius of verlatijnste vorm van Geen.

Lees verder
1949
2021-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Genius

(Lat. beschermgeest) is in de Romeinse godsdienst de in de man werkende kracht bij de voortplanting, die in een slang wordt gesymboliseerd .

1948
2021-01-20
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

genius

(Lat.) m. beschermgeest, schutsengel; de geest van een zaak In beeld gebracht.

1933
2021-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Genius

Genius - eigenlijk en oorspr.: het voortplantingsprinciep; en aldus heel gauw tot familiegodheid ontwikkeld. Vervolgens heeft ieder persoon van het mannelijk geslacht zijn g. bij de Romeinen, zooals de Grieken hun daemon hadden. De vrouwen hadden een zgn. Juno, die ongeveer dezelfde, beschermende, of ook wel verleidende, rol vervulde. Men offerde...

Lees verder
1923
2021-01-20
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Génius

geest. G. morbi, het karakter ener ziekte. G. epidémicus, het in de heersende ziekten op de voorgrond tredende karakter.

Lees verder
1922
2021-01-20
Wetenswaardig Allerlei

Wetenswaardig Allerlei door T. Pluim, uitgave 1922

Genius

Genius (Lat.) is een goede geest, een beschermengel. (Meervoud genii of genieën.)

1916
2021-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Genius

Genius - (Lat.), van den stam gen, gignere-voortbrengen, de goddelijke belichaming van de den man eigene teelkracht, verder van zijne gansche persoonlijkheid. De feestdag van den G. is de geboortedag van zijn beschermeling, waarop hij als G. natalis door de familie en hare slaven en vrijgelatenen werd vereerd. Hij wordt voorgesteld in de gedaante v...

Lees verder
1914
2021-01-20
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

genius

genius - m., beschermgeest; schutsengel; engelengedaante.

1898
2021-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Genius

GENIUS, m. (geniën), beschermgeest, schutsengel de genius der menschheid; hij is mijn goede genius, mijn beschermengel, beschermer; — (als term in de beeldende kunsten) de afbeelding van een genius in de gedaante van een gevleugelden jongeling.

Lees verder
1864
2021-01-20
Beknopt kunstwoordenboek

Beknopt kunstwoordenboek, I.M. Calisch (1864)

genius

genius - m. (geniussen), beschermgeest, schutsengel; hij is mijn goede genius, mijn beschermer

Lees verder