Wat is de betekenis van Genie?

2022
2022-08-09
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

genie

(1893) (ook: sjenie) (inf.) lust, zin. • k heb in jou sjenie.' (J. Van Looy: Feesten. In: De Nieuwe Taalgids. Achtste Jaargang. 1893) • Alleen me broers vrouw had niks geen sjenie om wat te ete; nou — dat kon 'k plase. (S. Abrahamsz. Levende Beelden. Schetsen uit de hoofdstad. 1909) • Een Amsterdammer spreekt van „fiame...

Lees verder
2020
2022-08-09
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Genie

Zie Eugenius

2019
2022-08-09
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

genie

genie - Zelfstandignaamwoord 1. iemand die buitengewoon slim is of die ergens uitzonderlijk goed in is genie - Zelfstandignaamwoord 1. (militair) een technische eenheid in het leger Synoniemen bolleboos

Lees verder
2018
2022-08-09
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

genie

genie - zelfstandig naamwoord uitspraak: zje-nie 1. iemand die ergens ontzettend veel aanleg voor heeft ♢ de componist Bach was een genie 2. onderdeel in het leger dat voor het aanleggen van bruggen zorg ...

Lees verder
1994
2022-08-09
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Genie

[Fr. génie, van Lat. genius, z.a.] 1 iem. die met buitengewoon grote geestesgaven begiftigd is en daardoor nieuwe waarden en vormen kan scheppen of grote ontdekkingen op het gebied van wetenschap kan doen; 2 buitengewone geestesbegaafdheid; 3 (mil.) militaire bouwk., tak van dienst daarvoor.

Lees verder
1993
2022-08-09
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Genie

begaafdheid; legeronderdeel belast met bouwkundige en technische zaken

1985
2022-08-09
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

GENIE

onderdeel van de Koninklijke Landmacht, naam van wapen, waarin de technische troepen en diensten van uiteenlopende aard zijn ondergebracht, zoals de pioniers, pontonniers, mineurs, sappeurs en torpedisten. De Genie heeft korte tijd na de oorlog een militair kampement gekregen in Keizersveer in Noord-Brabant. Direct na de bevrijding in 1944 en 1945...

Lees verder
1981
2022-08-09
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Genie

[zjenie'], 1. (o.) een mens met een buitengewone begaafdheid; Rembrandt b.v. was een genie; 2. (v.) het bouwkundige en weg- en waterbouwkundige wapen van de strijdkrachten. Door haar technische vaardigheid is dit onderdeel van zeer groot belang voor de bewegingsvrijheid en de gevechtskracht van de rest van het leger.

Lees verder
1980
2022-08-09
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

genie

zie ingenieur

1965
2022-08-09
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

GENIE

(Latijn: genius = goddelijke geest die de geboorte regelt), buitengewoon iemand die met een uitzonderlijke scheppingskracht begiftigd is. Sommige Engelstalige psychologen hebben gemeend het genie te kunnen bepalen op grond van het niveau dat bereikt wordt bij → intelligentietests.

1964
2022-08-09
voornamen

Voornamenboek

Genie

m -> Eugenius (Oud-Gastel).

1955
2022-08-09
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Genie

o., aangeboren geestelijke begaafdheid; scheppingskracht; ook: persoon die deze eigenschappen in hoge mate bezit; ook: het wapen der genietroepen; militaire bouwkunde

1952
2022-08-09
Frans woordenboek

Frans woordenboek 1950

Génie

genius, gelei-, beschermgeest; natuurlijke begaafdheid, aanleg; vernuft; aard, karakter; genie; officier de geniaal officier; officier du génie, genieofficier; le génie d'une langue, de geest van een taal.

1951
2022-08-09
Engels

Woordenboek Engels (1951)

genie

geest.

1949
2022-08-09
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Genie

(1) (van Lat. genius, beschermgeest), in geestelijk opzicht zeer duidelijk naar voren tredende scheppende begaafdheid van de mens; (2) het technische wapen van het leger.

Lees verder
1948
2022-08-09
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

genie

(Fr.) o. 1 aangeboren vindingrijke, scheppende geest; 2 lust, behagen, trek. genie, v. militaire bouwkunde.

1947
2022-08-09
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Genie

(1) noemt men een persoon met ver bovennormale begaafdheden, voor zover deze in prestaties tot uitdrukking komen en niet alleen leiden tot een zeer bijzondere, hooggewaardeerde menselijke levensstijl zoals die van de zedelijke held of de heilige. Zo denkt men dus meestal aan geniale begaafdheid op intellectueel, artistiek of organisatorisch gebied....

Lees verder
1939
2022-08-09
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Genie

Toekomstbenaming voor idioot.

1937
2022-08-09
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

genie

Fr. génie, Lat. ge'nius, I. o., in bet. 2 genieën (1 aangeboren gave van grote geesten; oorspronkelijk vernuft, buitengewoon scheppingsvermogen; 2 iem., die deze eigenschappen heeft, iem. van buitengewone gaven; 3 lust, zin, meestal met hebben): 1. het genie van Rembrandt; 2. Shakespeare was een groot genie; 3. ergens genie in he...

Lees verder
1933
2022-08-09
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Genie

het oorlogswapen, dat technische werken uitvoert ten behoeve v/h leger; verdeeld in pioniers, telegraaf, verlichting en spoorweg.