Wat is de betekenis van genezen?

2019
2021-06-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

genezen

genezen - Werkwoord 1. ergatiefgezond worden, herstellen van ziekte of verwonding Het was een wonder dat zij van deze dodelijke ziekte genazen. 2. (ov) iemand gezond maken, helen Hij werd door een beroemd arts behandeld en genezen. genezen...

Lees verder
2018
2021-06-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

genezen

genezen - onregelmatig werkwoord uitspraak: ge-ne-zen 1. weer beter, gezond maken/worden ♢ de wond aan zijn been is genezen Onregelmatig werkwoord: ge-ne-zen ik genees jij/u geneest...

Lees verder
1990
2021-06-25
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

genezen

genezen - Activiteit of functie waarbij een persoon of dier weer gezond wordt gemaakt, wonden worden behandeld, herstel na ziekte wordt bevorderd, of anderszins wordt verzorgd.

1973
2021-06-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

genezen

(genas, heeft en is genezen), I. onoverg., beter worden, herstellen, helen (van een ziekte, van wonden enz.): hij is zijn been genas spoedig; ook met betrekking tot aandoeningen van het gemoed en tot gebreken: verdriet geneest door de tijd; zij is nog niet van haar dwaasheid —, er nog niet van af, van teruggekeerd; II. overg., beter maken,...

Lees verder
1952
2021-06-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Genezen

v., genêze; (beter maken), better meitsje; een kwaal —, in kwael weimasterje; (beter worden), better wurde betterje; (van een wonde), hielje, heelje.

1919
2021-06-25
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Genezen

mnl. evenzoo genezen; gezond, behouden, gered worden, ook bevallen ; go. ganisan. Grondbet. van den stam is: samenkomen, zich vereenigen met, zoodat heel worden de oudste bet. is (verg. heelmeester, een wond heelen, enz.). Tegenwoordig heeft dit ww. ook de causatieve bet. gezond maken, die eigenl. toekwam aan generen, dat als wederk. ww. alleen in...

Lees verder
1898
2021-06-25
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Genezen

GENEZEN, (genas, heeft en is genezen), beter worden, herstellen, heelen (van eene ziekte, van wonden, enz.: hij is genezen, weer gezond zijn been genas spoedig; verdriet geneest door den tijd; — (flg.) zij is nog niet van haar dwaasheid genezen, er nog niet van af, van bevrijd; — beter maken, doen herstellen; geneesmeester genees u zel...

Lees verder
1898
2021-06-25
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Genezen

zie Heelen.