Wat is de betekenis van generlei?

2024-06-16
Prisma Groot Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)

2024-06-16
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

generlei

generlei - Onbepaald voornaamwoord 1. (formeel) geen enkele, nog niet eens één Wij mogen deze bandiet op generlei wijze helpen. Woordherkomst afgeleid van de genitief van geen met het achtervoegsel -lei

2024-06-16
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Generlei

adj., gjinderlei, gjinderhanne

2024-06-16
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

generlei

bn.: er is generlei gevaar; hij heeft mij generlei verwijt gedaan, in 't geheel geen.

2024-06-16
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

generlei

bn. (onverbuigbaar) geen hoegenaamd: op wijze; zaken.

2024-06-16
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

generlei

onverb. bn., geen, van welke soort ook, volstrekt geen: daartegen baat tegenspraak; op wijze, op geen enkele wijze, in het geheel niet.

2024-06-16
Etymologisch Woordenboek

Amsterdam University Press

2024-06-16
Prisma Woordenboek Nederlands

Unieboek | Het Spectrum (2024)