Wat is de betekenis van genegenheid?

2019
2021-07-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

genegenheid

genegenheid - Zelfstandignaamwoord 1. het gesteld zijn op iemand Hij koesterde een grote genegenheid voor die rakker van een buurjongen. Woordherkomst Afgeleid van genegen met het achtervoegsel -heid. Verwante begrippen aanhaligheid, liefde

Lees verder
2018
2021-07-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

genegenheid

genegenheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-ne-gen-heid 1. warm gevoel voor iemand waar je van houdt ♢ ik koester een grote genegenheid voor dat kind Zelfstandig naamwoord: ge-ne-gen-heid de genegenheid...

Lees verder
1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

genegenheid

v. (-heden), het genegen zijn, welwillende gezindheid jegens iemand; in sterker opvatting naderend tot liefde: voor iemand voelen, hem — toedragen; iemands verwerven, verliezen; wederkerige -; (spr.) gelegenheid maakt — .

1965
2021-07-27
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

GENEGENHEID

→ Affectie.

1952
2021-07-27
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Genegenheid

s., hulde.

1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Genegenheid

GENEGENHEID, v. (...heden), het genegen zijn, geneigdheid genegenheid tot het goede; — welwillende gezindheid, liefde: genegenheid voor iem. gevoelen, hem genegenheid toedragen; iemands genegenheid verwerven, verliezen; — (spr.) gelegenheid maakt genegenheid; — neiging zij offerde al hare genegenheden op aan zijne liefde.

Lees verder