Wat is de betekenis van gemeenschap?

2018
2022-05-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gemeenschap

gemeenschap - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-meen-schap 1. groep mensen die samenleeft en samenwerkt ♢ de buitenlanders vormen hier een hechte gemeenschap 1. dat wordt betaald door de gemeenschap ...

Lees verder
1994
2022-05-16
Lexicon Nederland en België

Lexicon van de geschiedenis van Nederland & België

Gemeenschap

Gemeenschap, sinds 1980 de in de grondwet vastgelegde aanduiding voor een taalgroep in België met eigen bevoegdheden op cultureel gebied. Er zijn een Vlaamse, een Franse en een Duitse gemeenschap. De Vlaamse gemeenschap is bevoegd voor de inwoners van het Vlaamse gewest en voor de Nederlandstaligen in Brussel. De Franse voor de Franstalige inwoners...

Lees verder
1982
2022-05-16
De Tale Kanaans

J. van Delden

gemeenschap

het deelhebben der gelovigen aan de zegeningen van Christus en de heilige Geest.

1981
2022-05-16
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Gemeenschap

van winst en verlies. Huwt men, dan kan deze gemeenschap bij huwelijkse voorwaarden worden bedongen. Hetgeen elk van beide echtgenoten in het huwelijk meebrengt, zal zijn eigendom blijven, maar de tijdens het huwelijk ontstane baten en lasten zijn gemeenschappelijk.

Lees verder
1973
2022-05-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gemeenschap

v. (-pen), 1. het gemeen hebben van iets, het met één of meer anderen deelhebben aan iets: de van belangen; (NT) het deelhebben aan de zegeningen van Christus of de Heilige Geest: de van de Heilige Geest zij met u allen (2 Kor.13,13); is niet het brood dat wij breken, de met het lichaam van Christus? (1 Kor.10,16); in -, gezamenlijk,...

Lees verder
1955
2022-05-16
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GEMEENSCHAP

betekent in het algemeen deelgenootschap aan eenzelfde goed (bijv. gemeenschap van goederen in het huwelijk). Sociologisch wordt er iedere menselijke groepering mee aangeduid. Er zijn vele samenlevingsvormen; de mens toch is sociaal van aard; wat zeggen wil dat hij door de natuur - of beter door de Schepper niet gedacht is als een geïsoleerd l...

Lees verder
1952
2022-05-16
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gemeenschap

s., mienskip; indoen hebben, yn 'e mande dwaen, hawwe.

1947
2022-05-16
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Gemeenschap

(1, sociologisch). Het begrip gemeenschap - soms gebruikt als synoniem met samenleving, maatschappij, groep* - duidt aan een verhouding tussen mensen, welke bepaald wordt door iets gemeenschappelijks. Het woord wordt in oneigenlijke zin gebruikt waar met dit gemeenschappelijke een uiterlijke kwaliteit bedoeld wordt, iets „gezamenlijks”,...

Lees verder
1940
2022-05-16
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Gemeenschap

zie: Algemeen belang.

1937
2022-05-16
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gemeenschap

v. (1 het gemeen-hebben van iets, het deelhebben aan iets met één of meer anderen; 2 het met elkaar in zekere betrekking staan; 3 de mogelijkheid om met anderen in betrekking, verkeer te staan; 4 het geheel der goederen, die twee of meer personen in gemeenschap hebben; 5 de gezamenlijke personen, die met elkaar in gemeenschap staan):...

Lees verder
1933
2022-05-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gemeenschap

Gemeenschap - Gemeenschap is er tusschen twee of meerderen doordat ze aan hetzelfde goed deelhebben (vgl. → Huwelijksgoederenrecht). Ook betrekkingen of verkeer onderhouden wordt wel als g. hebben aangeduid. Dikwijls wordt g. gebruikt als synoniem van maatschappelijk geheel of → maatschappij.Koenraadt Inlandsche gemeenschappen, &ra...

Lees verder
1898
2022-05-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gemeenschap

GEMEENSCHAP, v. het gemeen hebben van iets de gemeenschap van belangen; — (bijb.) het deelhebben der geloovigen aan de zegeningen van Christus en den Heiligen Geest: de gemeenschap des Heiligen Geestes zij met u allen; het brood dat wij breken, is dat niet eene gemeenschap des lichaams Christi ?; — in gemeenschap, gezamenlijk, samen zij...

Lees verder