Wat is de betekenis van gemak?

2024-04-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster (2020-2024)

gemak

1) (1927) (euf.) mannelijk geslachtsorgaan. Vgl. gemacht*. • gemak, gemacht, de mannelijkheid. - Draagt mijnheer zen gemak ook links? vraagt de kleermaker die de maat voor een broek neemt. (A. Beets: Utrechtse volkswoorden en volksgezegden. 1927) • Daarna drinkt hij mijn urine, rukt aan zijn gemak en komt klaar, terwijl hij gelijktijdig...

2024-04-25
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

gemak

gemak - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-mak 1. wat het leven gemakkelijker of plezieriger maakt ♢ dit huis is van alle gemakken voorzien 1. gemak dient de mens [natuurlijk kies je voor het gema...

2024-04-25
Brabants Handwoordenboek

Prof. dr. Jos Swanenberg (2015)

gemak

(bn) makkelijk TM.

2024-04-25
Woordenboek van Eufemismen

Marc de Coster (2004)

gemak

(Al of niet geheim of heimelijk) Toilet. Reeds opgetekend in de zeventiende eeuw (de Nederlandse dichter Constantijn Huygens schreef destijds: ‘Waer voor dient eigentlick een heimelick gemack? Voor heim’lick ongemack.’) maar thans verouderd. Vroeger vaak in de verkleinvorm. Synoniemen zijn o.a. bestekamer*; kleinste* kamertje; latrine*; nummer* hon...

2024-04-25
Vlaams-Nederlands woordenboek

Peter Bakema (2003)

gemak

- op zijn zevenduizend gemakken, uiterst traag of heel makkelijk. Op zijn duizend gemakken begint de dominee de post van de afgelopen week voor te lezen, met af en toe een grapje dat beloond wordt met gelach en goedkeurend geroep van op de kerkbanken. - Knack, 02-10-2002. - gemak van betaling, gemakkelijke betalingsvoorwaarden...

2024-04-25
Zuidnederlands Woordenboek

Walter De Clerck (1981)

gemak

1. Op zijn zeven, zeventien of duizend gemakken, op zijn eeuwig gemak, op zijn (dooie) gemak, rustig, zonder inspanning; - op het gemak, rustig, kalm aan, ook: gemakkelijk, zonder problemen. Vader, die langzaam, op zijn duizend gemakken binnenkwam, BONI 1948, 55. Kernelie, in plaats van naar de kelderkamer te gaan om de vijf-e...

2024-04-25
Zuid-afrikaans woordenboek

H.J. Terblanche - M.A., D. Litt

gemak

gerief, kalmte.

2024-04-25
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Gemak

s.n., gemak (it); met —, mei gemak, mei fleur, genôch; op zijn —, op jins dré, dreech, dreef; het op zijn hebben, it op in erchje hawwe; — verschaffend, noflik; niet op zijn —, ûngemaklik; heimelijk, húske (it), binge, bynge.

Wil je toegang tot alle 18 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-25
Woordenboek Nederlands-Turks

Mehmet Kiriş (2024)