Wat is de betekenis van Geloof?

2018
2022-10-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geloof

geloof - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-loof 1. vertrouwen in het bestaan van een god ♢ het christelijke geloof bestaat al vele eeuwen 2. de overtuiging dat je denkt dat het waar is ♢ zijn...

Lees verder
2001
2022-10-04
Filosofisch woordenboek

Paul Frentrop - Voor rede vatbaar

Geloof

Toen de eerste man met veel geld, koning Croesus van Lydië, te maken kreeg met de oprukkende woeste Meden (‘die zilver niet achten, noch in goud behagen hebben; hun bogen vellen knapen; zij kennen geen erbarming met de vrucht van den schoot en zelfs kinderen ontzien zij niet.’1) wist hij niet zeker of hij hen moest aanvallen of zic...

Lees verder
2000
2022-10-04
Bijbels Lexicon

Door Karina van Dalen-Oskam & Marijke Mooijaart

Geloof

Geloof, hoop en liefde, de drie christelijke of goddelijke deugden; ook genoemd als cruciale deugden buiten de christelijke context. In de eerste brief van Paulus aan de Korintiërs komt zijn bekende lyrische lofrede op de liefde voor. Deze eindigt met de woorden: ‘Ons resten geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de grootste daarvan is de liefde’...

Lees verder
1992
2022-10-04
Een woordenboek van de filosofie

Begrippen, stromingen, denkers

Geloof

Instemming met of aanvaarding van de waarheid van proposities, uitspraken of feiten (maar zie confirmatie, slot). We kunnen zowel mensen, boeken enzovoort geloven als proposities. Maar kunnen we tautologieËN geloven, en zelfs contradicties? Als p een propositie is, kunnen we dan p geloven en niet-p geloven? En volgt hier uit dat we p-en-niet-p gelo...

Lees verder
1990
2022-10-04
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

geloof

geloof - Het volledig of standvastig geloven in het bestaan, de kracht en de goedheid van een opperwezen.

1985
2022-10-04
Encyclopedie van Noord Brabant

Anton van Oirschot (1985-1986)

GELOOF

zie: Godsdienst.

1981
2022-10-04
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Geloof

1. verzamelnaam voor de overtuigingen, in het bijzonder voor de godsdienstige overtuigingen en geloofsuitspraken van volken en mensen. Zo spreekt men b.v. van een christelijk, joods, heidens geloof; 2. de christen gelooft dat God zichzelf en Zijn wil door Jezus van Nazareth heeft geopenbaard. Hij gelooft daarom God op de juiste wijze te dienen door...

Lees verder
1976
2022-10-04
Yoga lexicon

Verklarend handwoordenboek

GELOOF

Zie: Shraddha.

1965
2022-10-04
Lexicon van de Psychologie

N.Sillamy

GELOOF

→ Religie.

1955
2022-10-04
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GELOOF

(I, wijsgerig-psychologisch) in verzwakte zin gebezigd, staat als min of meer waarschijnlijke mening tegenover de zekerheid van ervaring of inzicht. In meer oorspronkelijke zin betekent het een kennis die weliswaar niet verkregen is door eigen ervaring en inzicht, doch steunend op het getuigenis van een ander in wie men vertrouwen heeft een even gr...

Lees verder
1952
2022-10-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Geloof

s.n., leauwe(n) (it), gelove (it).

1949
2022-10-04
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Geloof

geldt in het Rooms-Katholicisme als eerste der drie goddelijke deugden, een bovennatuurlijke gave van God, waardoor men de goddelijke Openbaring als waarheid aanvaardt; het G. is een acte van het verstand, op bevel van de door de goddelijke genade bewogen wil; voornaamste geloofswaarheden zijn: het bestaan Gods, de H. Drieëenheid, de verlossin...

Lees verder
1947
2022-10-04
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

Geloof

(1, Rooms-Katholiek). Onder geloof, objectief genomen, verstaat men het geheel der door God geopenbaarde waarheden, die ons door de Kerk te geloven worden voorgehouden, m.a.w. het voorwerp van de geloofsdaad of geloofsdeugd. Zo zegt men bijv.: het Katholieke geloof leert..., wij belijden het Katholieke geloof, enz. Meestal echter neemt men g...

Lees verder
1940
2022-10-04
gevleugelde woorden

J.H. de Ruijter

Geloof

Zie: Een geloof dat bergen verzetten kan.

1937
2022-10-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

geloof

o. geloven (1 het vertrouwen, dat iem. stelt in de waarheid van eens anders beweringen enz.; 2 R.-K. vaste en onwrikbare overtuiging van de waarheid der goddelijke openbaring, zoals die door Christus en zijn Kerk wordt medegedeeld; ook: een vast en innig vertrouwen op God en Gods woord, zoals dit gepredikt wordt in de godsdienst, die men belijdt in...

Lees verder
1933
2022-10-04
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Geloof

Geloof - 1° In algemeenen zin duidt g. (verwant met loven, lieven, veroorloven, oorlof, gelofte) op een aanvaarden, instemming, welke afhankelijk is van den wil; vnl. in het algemeen spraakgebruik een instemming van het verstand, iets aanvaarden op gezag van een ander, wat men zelf niet inziet (geloof slaan aan iemands bewering, geloofwaardig g...

Lees verder
1930
2022-10-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

geloof

(gə'lo:f) o. (geloven; -je) I. Eig. het → geloven o. a. 1. (1 a): aan iets hechten, slaan ; weigeren aan iemand, iets; zijn is geschokt; op goed -. Gez. een goed - en een kurken ziel, dan drijft men de zee over, met goed vertrouwen en luchthartigheid komt men alles te boven; -verdienen, waard zijn dat men het gelooft: vinden, bij de hoo...

Lees verder
1926
2022-10-04
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Geloof

Op de vraag: wat is een waar geloof ? antwoordt de Heidelbergsche Catechismus, dat een waar geloof niet alleen een stellig weten is, maar ook een vast vertrouwen. De nadruk valt beide malen op het toegevoegde bijvoegelijk naamwoord, het geloof is iets stelligs en iets vasts. In het Hebreeuwsch is het Emunah, verwant met Amen, wat duidt op iets, dat...

Lees verder
1916
2022-10-04
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Geloof

Geloof - in het algemeen direkte, persoonlijke zekerheid, zonder zien en bewijsvoering. Deze zekerheid is niet alleen van religieus-ethischen aard. Zij bestaat overal als stille onderstelling, in zooverre elke zekerheid in denken en leven een zaak is van evidentie, vertrouwen. De zinnelijke waarneming onderstelt de realiteit der buitenwereld; de lo...

Lees verder
1898
2022-10-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geloof

GELOOF, o. vertrouwen in de waarheid van eens anders beweringen en beloften, of in de geloofwaardigheid van een verhaal, enz zijn geloof in de eerlijkheid der menschen is geschokt; ik sla (of hecht) geen geloof aan zijne beweringen; hij verdient geen geloof, is onbetrouwbaar; de zaak vond geen geloof, werd niet geloofd; — het vast en onwankel...

Lees verder