Wat is de betekenis van gelijktijdig?

2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gelijktijdig

gelijktijdig - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-lijk-tij-dig 1. op hetzelfde moment ♢ we kwamen gelijktijdig bij de kermis aan Bijvoeglijk naamwoord: ge-lijk-tij-dig de/het gelijktijdige ... Synoniemen...

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gelijktijdig

bn. en bw., 1. afkomstig uit of vallend binnen hetzelfde tijdvak: gelijktijdige schrijvers, gebeurtenissen, in dezelfde tijd levend, gebeurend; (geologie) gelijktijdige vormingen, in hetzelfde tijdperk ontstaan; 2. op hetzelfde tijdstip gebeurend of plaatshebbend: gelijktijdige oorlogsverklaringen; op dezelfde tijd ingaand: benoemd tot burgem...

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gelijktijdig

GELIJKTIJDIG, bn. bw. uit denzelfden tijd gelijktijdige schrijvers, gebeurtenissen, in denzelfden tijd levende, geschiedende; — (aardk.) gelijktijdige vormingen, in hetzelfde tijdperk ontstaan — op hetzelfde tijdstip geschiedende: eene gelijktijdige oorlogsverklaring; — bw. (van tijd) in hetzelfde tijdvak; te gelijkertijd. GELIJ...

Lees verder