Wat is de betekenis van gelijk?

2018
2021-01-19
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gelijk

gelijk - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: ge-lijk 1. precies zoals iets of iemand anders ♢ die twee getallen zijn gelijk 1. iemand met gelijke munt betalen [hem op dezelfde manier behandelen]...

Lees verder
2015
2021-01-19
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

gelijk

zoals Toen deed hij gelijk ze hem gezegd had. Een uur later kwam Hortense weer uit de vijver met de diamanten ring. (Marita de Sterck, Vuil Vel) Gelijk' is hier een voegwoord. In Nederland is dit gebruik sterk verouderd. Geen Algmeen Nederlands Gangbaarheid: 7 Vlaamsheid: 1

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gelijk

bn. en bw. (-er, -st, of meer -, meest -), zn. en voegw., I. bn., 1. geheel met elkaar overeenkomend wat betreft zekere hoedanigheden: met gelijke wapenen strijden; gelijke tred, gang, koers met iemand of iets houden, even snel voortgaan, iemand of iets in zijn beweging bijhouden (ook fig.); (spr.) gelijke monniken, gelijke kappen, mensen van &eac...

Lees verder
1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gelijk

Het begrip gelijk heeft 4 verschillende betekenissen: 1. gelijk - GELIJK, bn. bw. (-er, -st, of meer-, meest-), geheel met elkander overeenkomende wat betreft zekere hoedanigheden met gelijke wapenen strijden; beide legers waren gelijk in macht en in moed; zij was een duifje gelijk, zoo onschuldig; — gelijken tred, gang, koers met iem. of ie...

Lees verder