Wat is de betekenis van gelaat?

2020
2021-09-26
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

gelaat

gezicht. voorkant van het hoofd van een mens vanaf de haargrens; samenhangend geheel van kin, mond, wangen, neus, ogen, slapen en voorhoofd; gezicht. Voorbeelden: Snel wilde hij de eersteklaswagon doorbenen toen hij haar zag: de ideale vrouw. Lang, golvend haar en het gelaat een orgie van sproeten. Midas Dekkers, Poot: verhalen ov...

Lees verder
2019
2021-09-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gelaat

gelaat - Zelfstandignaamwoord 1. (anatomie) (verheven taal) de voorzijde van een mensenhoofd met de persoonlijke kenmerken Zijn gelaat was van woede tot een grimas vertrokken. Woordherkomst Naamwoord van handeling van laten met het voorvoegsel ge- Synoniemen gezicht, aange...

Lees verder
2018
2021-09-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gelaat

gelaat - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-laat 1. voorkant van het hoofd ♢ hij wiste het zweet van zijn gelaat Zelfstandig naamwoord: ge-laat het gelaat Synoniemen gezicht, porum, smoel, snoet, snui...

Lees verder
1987
2021-09-26
Natuurlijk alternatief

Homeopathie encyclopedie

Gelaat

Onwillekeurig denkt u aan een ander woord voor gezicht. Maar uitgesproken als ‘zjelaat’ betekent het gelei, een term die u hieronder vindt uitgelegd.

1973
2021-09-26
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gelaat

o. (g. mv.), (schrijft.) (van mensen) ➝gezicht, het voorste gedeelte van het hoofd, het aangezicht, m.n. in verband met de trekken of de kleur die er een zekere uitdrukking aan geven: een onbeduidend, een regelmatig —; een bleek, een koud, een hol —; het gezicht als uitdrukking van de aard van de mens, zijn karakter of stemming, of van...

Lees verder
1954
2021-09-26
Medisch

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Gelaat

facies, zie aangezicht.

1952
2021-09-26
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gelaat

s.n., antlit (it), wêzen (it), gesicht (it), troanje.

1933
2021-09-26
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gelaat

Gelaat - is meer de physiologische en psychische uitdrukking van het → aangezicht, terwijl dit laatste woord louter het voorste gedeelte van het menschenhoofd beteekent. Men slaat iemand in het aangezicht en men is getroffen door een sympathiek gelaat. Nochtans spreekt men wel van gelaatskleur, -spieren, -trekken en gelaatsvorm, omdat kleur en...

Lees verder
1926
2021-09-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Gelaat

van de trekken des aangezichts, ook wel van de houding des lichaams, hoe men zich voordoet in het algemeen, waardoor de gezindheid en stemming des gemoeds openbaar wordt (Sir. 19 : 26; 13 : 24; Job 9 : 27). „Ik zal mijn gelaat laten varen.” Meermalen wordt de uitdrukking gebezigd „zijn gelaat veranderen”, als uitdrukking van...

Lees verder
1898
2021-09-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gelaat

GELAAT, o. (eig.) de wijze waarop iem. zich gelaat, voordoet, er uitziet; het voorkomen, het uiterlijk; (bijb.) de uitdrukking die er op iemands gezicht ligt: het gelaat des aangezichts; (bijb.) een schoon gelaat toonen, zich mooi voordoen; (bijb.) het uiterlijk voorkomen van zaken; — (van menschen) het voorste gedeelte van ’s menschen...

Lees verder
1898
2021-09-26
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Gelaat

zie Aangezicht.

1870
2021-09-26
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gelaat

Gelaat (Het) of het aangezigt noemt men dat gedeelte van 's menschen hoofd, waar zich zijne voornaamste zintuigen bevinden, namelijk de organen van het gezigt, gehoor en den reuk. Het strekt zich tusschen de beide ooren uit van de kin tot aan het behaarde gedeelte van het voorhoofd. De belangrijkste gedeelten van het gelaat zijn de oogen, de neus,...

Lees verder