Wat is de betekenis van gek?

2019
2021-06-21
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gek

gek - Zelfstandignaamwoord 1. een persoon die (tijdelijk) iets raars doet Wat een gek! 2. een persoon die (regelmatig) vreemde dingen doet, een dwaas 3. iemand met zeer lage intelligentie 4. (bouwkunde) een draaibare kap op een schoorsteen, die verhinderen moet dat de wind in de schoorstee...

Lees verder
2018
2021-06-21
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gek

gek - zelfstandig naamwoord 1. wie erg raar doet, zijn verstand kwijt is ♢ die gek ging dronken achter het stuur zitten 1. iedere gek heeft z'n gebrek [niemand is volmaakt] 2. i...

Lees verder
2007
2021-06-21
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

gek

krankzinnige; dwaas. In het Middelnederlands: in het Middelnederduits: Geck. De herkomst is niet met zekerheid vast te stellen. Volgens sommige lexicografen zou het om een oorspronkelijk Nederduits woord gaan, met de betekenis van ‘hofnar’. Het zou pas in de veertiende eeuw in het Middelnederlands doorgedrongen zijn. Ook wordt gedacht a...

Lees verder
2004
2021-06-21
vogelnamen

Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen

Gek

Friese volksnaam voor de Jan-van-gent ←, thans officieel fries Gint. In De Vries 1912 zelfs de enige friese naam. In De Vries 1928: "Gent, Gek." Ook in ViF 1976, Visser 1993 en Zantema 1992. Albarda 1897 noemde de naam niet. De naam betekent zoveel als 'zot', waarvoor zie Zeezot; vgl. ook F Fou de Bassan 'Jan-van-gent&...

Lees verder
1998
2021-06-21
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Gek

zie ook doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg. 1. -kefverdomde Lowietje,spotnaam voor een sulletje, iemand die men gemakkelijk in de luren kan leggen. Hij is het verdomde Lowietjebet. ‘hij is de risee, het zwarte schaap, de dupe’. Volgens Harrebomée stond Napoleons broer Lo- dewijk, koning van Holland van 1806 tot 1810, model voor deze karikatu...

Lees verder
1952
2021-06-21
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gek

1. s., gek, gik, healwizeling, sljochtmis idioat; (op schoorsteen), wynkape, wilewale, wilewarl; voor dehouden, foar de gek hawwe, hâlde, foar de kroade ride, foar ’t soaltsje hawwe, by de poat nimme, piere, trulle; iem. de aansteken, immen de gek oanstekke, bigekje. 2. adj.,...

Lees verder
1949
2021-06-21
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Gek

draaiende kap op een schoorsteen, om het terugslaan van de rook, vooral bij valwinden, te voorkomen en de trek te bevorderen.

1939
2021-06-21
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Gek

Mist alles, behalve zijn verstand.

1933
2021-06-21
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gek

Gek - 1° een beweegbare, met den wind meedraaiende schoorsteenkap. 2° Sluiting van een deurklink, welke belet dat de deur van buiten wordt geopend.

Lees verder
1928
2021-06-21
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Gek

is de naam van die grappig aandoende, draaiende kappen, die je vaak op schoorstenen ziet staan, om deze beter te doen trekken. De gek maakt, dat de wind nooit in den schoorsteen kan waaien. Als het hard waait, kan zo’n troepje draaiende gekken bij elkaar, die wel wat op parmantige kereltjes lijken, een potsierlijk gezicht zijn!

Lees verder
1916
2021-06-21
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Gek

Gek - beweegbare schoorsteenkap ter bevordering van den trek in onvoldoend werkende rookkanalen. Vooral bij schoorsteenen, die te laag zijn en daardoor onderhevig zijn aan het inslaan van den wind, geeft de g. veel baat, aangezien de uitmonding zijdelings wordt aangebracht, zoodat de schoorsteen van boven gesloten is. Hij wordt gemaakt van zink of...

Lees verder
1898
2021-06-21
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Gek

zie Dwaas. zie Aardig, zie Krankzinnig.

Lees verder
1898
2021-06-21
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gek

Het begrip gek heeft 3 verschillende betekenissen: 1. gek - GEK, bn. bw. (-ker, -st), van het verstand beroofd, krankzinnig: gek zijn, worden; — dat gezeur zou mij gek maken, het verstand doen verliezen en tot onzinnigheden of buitensporigheden doen overslaan; — zich {half) gek zoeken, lang en ijverig, doch vruchteloos, naar iets zoek...

Lees verder