Wat is de betekenis van geestelijkheid?

2019
2021-02-26
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

geestelijkheid

geestelijkheid - Zelfstandignaamwoord 1. (religie) de gezamenlijke geestelijken (persoon die, vaak door een bepaalde religieuze wijding, de bevoegdheid heeft gekregen om godsdienstonderricht te geven en/of bepaalde gewijde handelingen te verrichten en/of religieuze bestuursfuncties uit te oefenen) Met steun...

Lees verder
2018
2021-02-26
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

geestelijkheid

geestelijkheid - zelfstandig naamwoord uitspraak: gees-te-lijk-heid 1. de gezamenlijke geestelijken van een kerk ♢ de geestelijkheid neemt hier de besluiten Zelfstandig naamwoord: gees-te-lijk-heid de geestelijkheid...

Lees verder
1973
2021-02-26
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

geestelijkheid

v., 1. de gezamenlijke geestelijken van een land of een kerk, clerus: de Belg. —; de hogere, lagere —; 2. de hoedanigheid van geestelijk te zijn; spiritualiteit.

Lees verder
1958
2021-02-26
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

GEESTELIJKHEID

Personeel van een kerk, dat een zekere wijding heeft gekregen. De r.k. G. onderscheidt zich door een bijzondere kleding. Vroeger een der standen, vooral vóór de hervorming van grote invloed op het openbare leven. Formeel waren de geestelijke heren in recht en bestuur wrsch. geen grote factor ('abten commelduren deckenen prioren...

Lees verder
1955
2021-02-26
Katholicisme encyclopedie

Onder redactie van Prof. dr. J.C. Groot

GEESTELIJKHEID

zie Clerus.

1926
2021-02-26
Christelijke encyclopedie

Geschreven onder redactie van theoloog F.W. Grosheide, 1925-1931

Geestelijkheid

In den eersten tijd van het Christendom werden alle geloovigen geestelijk genoemd, omdat zij den Heiligen Geest ontvangen hadden en geroepen waren, om niet naar het vleesch, maar naar den geest te wandelen. In de 4de eeuw bij het opkomen der dubbele moraal werden voor het eerst de monniken religiosi, d. i. geestelijken genoemd. Tot aan het einde de...

Lees verder
1898
2021-02-26
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Geestelijkheid

GEESTELIJKHEID, v. de gezamenlijke geestelijken van een land of eene kerk als eene eenheid beschouwd: de geestelijkheid van Engeland; de Belgische geestelijkheid; de Roomsche, de Protestantsche geestelijkheid; de hoogere, lagere geestelijkheid.