Wat is de betekenis van gedonder?

2020
2020-11-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gedonder

gedonder - Zelfstandignaamwoord 1. het geluid van donderslagen Ik hoorde gedonder in de verte; ik hoop niet dat we een bui gaan krijgen. 2. (pejoratief) als ongewenst en ergerlijk ervaren gedrag Is dat gedonder nou nog niet afgelopen? Woord...

Lees verder
2020
2020-11-01
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gedonder

(19e eeuw) (inf.) geduvel; gedoe; gezanik; ruzie. Zie ook: gedonder in de glazen. • Dat gedonder terwijl 'k 't druk heb. (Herman Heijermans: Op hoop van zegen. 1900) • Nou moet het uit zijn met dat gedonder. (C. Batelt: Duister Amsterdam. 1911) • Nee, hou je mond, Warmond, ik weet al lang wat je zeggen wil ov...

Lees verder
1994
2020-11-01
Muiswerk

Woordenboek van Muiswerk Educatief

gedonder

gedonder - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-don-der 1. waar niet meteen een antwoord of een oplossing is ♢ daar komt gedonder van! 2. zwaar, rommelend geluid ♢ in de verte hoorden we het gedo...

Lees verder
1916
2020-11-01
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

gedonder

o., 1. het gedurige of aanhoudende geluid van de donder: we hoorden het indrukwekkende — in het gebergte; (oneig.) het — van een heftig redenaar; 2. (fig.) daar heb je het — (in de glazen, voorheen ook in de toren), daar heb je het leven gaande!, daar barst de bom; 3. het telkens of voortdurend donderen of gebruiken van het woor...

Lees verder
1898
2020-11-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gedonder

GEDONDER, o. het gedurige of aanhoudende geluid des donders we hoorden het indrukwekkende gedonder in het gebergte; (fig.) het gedonder van een heftig redenaar; het gedonder van den storm; — gebulder van zwaar geschut: heeft het gedonder der kanonnen en de reuk van het buskruit u niet een beetje verschrikt ?; — (fig.) daar heb je het g...

Lees verder