Synoniemen van gebruik

2019-11-18

gebruik

gebruik - Zelfstandignaamwoord 1. een standaard manier van doen Het schudden van de rechterhand is, in Nederland, het gebruik om een onbekende te begroeten. 2. toepassen van iets Het gebruik van een woordenboek is aan te raden voor het controleren van de spelling. gebruik - Werkwoord 1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van gebruiken ♢ Ik...

2019-11-18

gebruik

(het; g.mv.) SP - het gebruiken, aanbrengen, innemen, injecteren, aanwenden of op wat voor wijze dan ook consumeren van (een) verboden stof(fen) en/of (een) verboden metho- de(n).: ook als tweede lid in samenst. als de volgende, waarin het eerste lid een doping-middel noemt: dopegebruik, dopinggebruik, epogebruik, pilgebruik.

2019-11-18

gebruik

gebruik - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-bruik 1. het ergens voor benutten ♢ deze koffie is voor eigen gebruik 1. het in gebruik nemen [beginnen te gebruiken] 2. wat men gewoonlijk doet of moet ♢ ken je de gewoonten en gebruiken van dat land? Zelfstandig n...

2019-11-18

Gebruik

GEBRUIK, o. de daad of de wijze van het gebruiken, van het zich bedienen van iets, inz. met het bijdenkbeeld van duur of herhaling: het gebruik van pen en inkt; het gebruik van iemands hulp en dienst; een lang, kort gebruik; een goed, verkeerd, gepast gebruik; door het gebruik afslijten, doordat iets gebruikt wordt; — ten gebruike geven, afstaan, laten, toevertrouwen enz., iets geven, afstaan, laten, toevertrouwen enz. om het te gebruiken, om er zich van te bedienen; — tot of voor zeker gebr...

2019-11-18

Gebruik

Gebruik - 1) Het g. eener zaak behoort in het algemeen aan den eigenaar (625 B.W.). Het kan echter ook aan een ander toekomen en wel krachtens een zakelijk of persoonlijk recht. Krachtens zakelijk recht behoort het gebruik aan den erfpachter (767 B.W.), den beklemden meier (zie BEKLEMMING), den vruchtgebruiker (812 B.W.), den gebruiker (zie hieronder), ook aan den gerechtigde tot sommige erfdienstbaarheden. Krachtens persoonlijk recht aan den huurder (1584,1586 B.W.), den bruikleener (1777 B.W.)...

2019-11-18

Gebruik

Gebruik (Het) is het behoorlijk bezigen van de eene of andere zaak, en het verkeerd bezigen daarvan noemt men misbruik. Voorts heeft gebruik ook de beteekenis van gewoonte. Men spreekt van taalgebruik, namelijk van eene wijze van uitdrukking, aan deze of gene taal eigen. Ook noemt men gebruiken zekere handelingen (ritus, ceremoniae), die men van ouds handhaaft. Men heeft er vooral in de Kerk, aan het hof en in vele maatschappelijke vereenigingen.

2019-11-18

gebruik

gebruik - Het vermogen of de manier om de waarde van iets te benutten, in bezit te hebben, toe te passen of te exploiteren.

2019-11-18

Gebruik

Gebruik - 1° (Recht), ➝ Gewoonterecht. 2° (Liturg.) ➝ Consuetudines.