Wat is de betekenis van gebouwd?

2019
2022-08-18
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gebouwd

gebouwd - Bijvoeglijk naamwoord 1. in het bezit van de genoemde bouw gebouwd - Werkwoord 1. voltooid deelwoord van bouwen Antoniemen ongebouwd ??

Lees verder
1973
2022-08-18
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gebouwd

bn., 1. gebouwde eigendommen, huizen enz. (tegenover ongebouwde, onderscheiding bij de heffing van de grondbelasting); 2. zo’n bouw (gestalte of maaksel) hebbende, als in de bepaling is uitgedrukt; alleen in samenst.: fors —, goed —; (van schepen) licht —.

Lees verder
1937
2022-08-18
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gebouwd

bn. (van zulk een lichaamsbouw, maaksel of vorm als de bepaling uitdrukt: gevormd, geschapen; in samenst.): v. personen: een forsgebouwd, zwaargeboudw man; van schepen: scherpgebouwd, rankgebouwd, lichtgebouwd.

1898
2022-08-18
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gebouwd

GEBOUWD, bn. (van personen, inz. van menschen) zulk een lichaamsbouw of gestalte hebbende, als in de bepaling is uitgedrukt; alleen in samenstellingen forschgebouwd, goedgebouwd, grofgebouwd, kloekgebouwd, sterkgebouwd, welgebouwd, zwaargebouwd enz.; — (van schepen) zulk een maaksel, vorm of samenstel hebbende, als in de bepaling is uitgedruk...

Lees verder