Wat is de betekenis van gebouw?

2021
2022-08-08
Redactie Ensie

Schrijver op Ensie

Gebouw

Een gebouw is een bouwwerk dat vervaardigd is door allerlei bouwmaterialen tot een solide geheel te vormen. Bouwmaterialen zijn bijvoorbeeld hout, cement en beton. Een gebouw kan veel functies hebben, zoals huisvesting in een rijksmonument. Het kan ook dienen als ambtsgebouw, bijvoorbeeld een burcht, een gemeentehuis, een paleis, een kasteel en een...

Lees verder
2020
2022-08-08
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

gebouw

Het begrip gebouw heeft 2 verschillende betekenissen: 1) bouwwerk met muren en dak. bouwwerk dat aan de buitenkant bestaat uit muren en een dak en dat wordt gebruikt voor een of meer doeleinden waarvoor bij voorkeur een besloten ruimte geschikt is, zoals bewoning, opslag, uiteenlopende vormen van arbeid, eredienst en culturele activiteiten....

Lees verder
2019
2022-08-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gebouw

gebouw - Zelfstandignaamwoord 1. een constructie van enige omvang die verbonden is met de grond en waarin men kan wonen of werken Dit gebouw is in jugendstil opgetrokken. Woordherkomst Afgeleid van de stam van bouwen met het voorvoegsel ge- Synoniemen bouwwerk Verwante...

Lees verder
2018
2022-08-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gebouw

gebouw - zelfstandig naamwoord uitspraak: ge-bouw 1. waar je in kunt wonen of werken ♢ ons kantoor is in dit gebouw Zelfstandig naamwoord: ge-bouw het gebouw de gebouwen ...

Lees verder
1990
2022-08-08
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

gebouw

gebouw - Bouwwerken van tamelijke of aanzienlijke grootte, in het algemeen van duurzaam materiaal, die meestal een of meerdere ruimten omsluiten en bedoeld zijn voor bewoning, samenkomst of andere maatschappelijke verrichtingen, tot berging of anderszins.

1973
2022-08-08
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gebouw

o. (-en), 1. het telkens of voortdurend bouwen: het is hier een hele drukte met al dat —; 2. wat gebouwd is, bouwwerk van tamelijke of aanzienlijke grootte en in het algemeen vervaardigd van duurzaam materiaal: de gebouwen van een stad; een ruim —; een militair —, een voor militaire doeleinden bestemd gebouw; 3. (fig.) van onstof...

Lees verder
1952
2022-08-08
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gebouw

s.n., gebou (it); fors oud — stienklompe; vervallen oud —, rottekleaster (it).

1937
2022-08-08
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gebouw

o. in bet. 2 -en, gebouwtje (1 het telkens of voortdurend bouwen; 2 hetgeen gebouwd is, een bouwwerk): 1. dat gebouw heeft hem al heel wat geld gekost, hij heeft een ware bouwkoorts; 2. een gebouw is een getimmerte van verschillende materialen, bestemd tot een duurzaam gebruik ter plaatse,waar het zich bevindt; een groot gebouw; fig. het gebouw uw...

Lees verder
1898
2022-08-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gebouw

Het begrip gebouw heeft 2 verschillende betekenissen: 1. gebouw - GEBOUW, o. het telkens of voortdurend bouwen het is hier eene heele drukte met al dat gebouw. 2. gebouw - GEBOUW, o. (-en), een groot vaststaand bouwwerk, voor zooverre het tot woning of samenkomst of tot verschillende andere maatschappelijke verrichtingen of doeleinden dient, en me...

Lees verder