Wat is de betekenis van garstig?

2019
2021-01-19
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

garstig

garstig - Bijvoeglijk naamwoord 1. ranzig Woordherkomst afgeleid van garst met het achtervoegsel -ig Synoniemen rans

Lees verder
1973
2021-01-19
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

garstig

bn. en bw. (-er, -st), 1. (van vette stoffen, als vlees of spek, boter, olie enz.) sterk van smaak en onaangenaam geurend, ransig, galsterig: spek; garstige boter; die boter smaakt —; 2. (fig.) walglijk, misselijk: een garstige waarheid; 3. (van varkens) gortig, vinnig.

Lees verder
1937
2021-01-19
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Garstig

Tranig, ranzig, sterk van smaak. Men spreekt van garstig spek en van ranzige boter. De ongewone reuk en smaak ontstaan, doordat het vet zich splitst in vluchtig vetzuur en glycerine onder den invloed van warmte en vochtigheid.Dik spek moet na het zouten even met heet water worden afgeboend, daarna in de buitenlucht gedroogd en tenslotte op een drog...

Lees verder
1914
2021-01-19
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

garstig

garstig - bedorven, ransig.

1898
2021-01-19
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Garstig

Het begrip garstig heeft 2 verschillende betekenissen: 1. garstig - GARSTIG, ook GASTIG, bn. bw. (-er, -st), (van vette zelfstandigheden, als vleesch of spek, boter, olie enz.) sterk van smaak en kwalijk riekend, ransig, galsterig: garstig spek; garstige boter; het garstig overschot der geuren van de (uitgeputte) jeugd; — (van onstoffelijke...

Lees verder