Wat is de betekenis van gappen?

2022
2022-12-04
Jiddisch

Woordenboekje Nederlandse Jiddisch

Gappen

stelen; in de Nederlandse volkstaal overgegaan; zie chappen.

2022
2022-12-04
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2022.

gappen

(1858) (< Jidd. chapac, grijpen) (inf.) stelen. Vgl. jatten*. • Pere en appele möch je wel gappe, - of maakte de boere die soms zelf? (M.J. Brusse: Boefje. 1903) • En as ik dan in 't dorp kom, zal ik wat brood en zaad voor ze gappe... (Chr. van Abkoude: De circusclown of de lotgevallen van Daantje. 1931) • Toch gaan ik! Al...

Lees verder
2019
2022-12-04
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

gappen

stelen, pakken In 1858 voor het eerst opgetekend, in het levensverhaal dat ‘een ontslagen gevangene’ vertelde aan mr. C.J.N. Nieuwenhuis. Er is hier sprake van gegabte moos voor ‘gestolen geld’. Vervolgens opgenomen in een lijstje met ‘Bargoens en dieventaal’ in het Geïllustreerd Politie nieuws van 1874, in de vorm gegapte en m...

Lees verder
2019
2022-12-04
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gappen

gappen - Werkwoord 1. (ov) (Jiddisch-Hebreeuws) (informeel) iets wegnemen van iemand en het zich wederrechtelijk toe-eigenen, stelen, pikken Het bleek dat zijn mobieltje gegapt was door Ronald. Woordherkomst Herkomst: Bargoens Synoniemen stelen, jatten, klauwen, pikken

Lees verder
2018
2022-12-04
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gappen

gappen - regelmatig werkwoord uitspraak: gap-pen 1. stiekem nemen wat niet van jou is ♢ ik heb wel eens een appel bij de buren gegapt Regelmatig werkwoord: gap-pen ik gap jij/u gapt...

Lees verder
2014
2022-12-04
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

gappen

(< Jidd. chapn < Pools chapac, pakken, grijpen), stelen: Zich tot de gewaande inbreker wendend: ‘As jij gappe wil, goaser, dan mot je niet bai fesoendelijke burgerminsje waise, maar bai raake stinkers’, NONO3 179.

1973
2022-12-04
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gappen

(gapte, heeft gegapt), (gemeenz.) kapen, stelen: alles bij elkaar —.

1955
2022-12-04
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Gappen

(Barg.) stelen, wegnemen; pakken. garage stalling voor auto’s

Lees verder
1952
2022-12-04
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gappen

v., take, kape, moffelje, bûs(k)je, bokse, potse.

1949
2022-12-04
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

gappen

pakken; stelen.

1937
2022-12-04
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gappen

gapte, h. gegapt (gannefen, stelen); gmz.

1930
2022-12-04
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

gappen

('gappən) (gapte, heeft gegapt) [msch. ~ kapen] Gemz. kapen, stelen.

1914
2022-12-04
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

gappen

gappen, - (argot), stelen, wegnemen; pakken.

1898
2022-12-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gappen

GAPPEN, (gapte, heeft gegapt), (gewest, ook GABBEN), (gemeenz.) kapen, stelen: ik heb zijn potlood gegapt; — niet gappen daar! (b. v. tegen vrijende paartjes gezegd, die willen kussen).

Lees verder