2019-09-18

galjoen

groot zeilschip met drie tot vier masten, een lage, ver naar voor uitstekende boeg en een hoog achterschip, dat in de late zestiende en zeventiende eeuw als marineschip of voor transport en koopvaardij werd ingezet

2019-09-18

Galjoen

Galjoen - benaming voor de wcs aan boord.

2019-09-18

galjoen

galjoen - Zelfstandignaamwoord 1. (n) (scheepvaart) een historisch zeilschip met een hoge achtersteven De Spanjaarden stuurden galjoenen overzee naar Amerika. 2. (f)/(m) (vissen) Dichistius capensis de nationale vis van Zuid-Afrika Galjoenen zijn gewild bij hengelaars op de Zuid-Afrikaanse kust

Lees verder
2019-09-18

Galjoen

Galjoen noemden weleer de Spanjaarden en Portugézen hunne grootste oorlogschepen, — drie- of vierdekkers met 3 masten. Zij dienden vooral om de schatten, in Amerika vergaderd , naar Europa over te brengen en hadden geschut aan boord, om zich tegen de zeeroovers te verdedigen. Voorts gaf men dien naam aan koopvaardijschepen, die naar Amerika stevenden, weshalve men kooplieden, die handel dreven met de Nieuwe Wereld, galjoenisten heette.

2019-09-18

galjoen

galjoen - Middelmatig tot grote zeevarende zeilschepen uit de late 16e en 17e eeuw die worden gekenmerkt door een hoog achterkasteel, een laag voorkasteel, een galjoenconstructie, fijnbesneden uiteinden en een groot middenschip; werden als handels- en als oorlogsschepen gebruikt en vormden in de 17e eeuw de ruggengraat van de zeevloten van de meeste Europese landen.

2019-09-18

Galjoen

Galjoen - 1) was oudtijds de naam voor het allervoorste gedeelte van een zeilschip. Aangezien zich daar altijd de W.C.’s van de bemanning bevonden, is de naam galjoen langzamerhand op deze nuttige inrichtingen overgegaan 2) een oorlogsschip uit de 17e eeuw, ontstaan uit de galei en de galeas door vergrooting der breedte en in plaats van riemen door zeilen voortbewogen. Het geschut was in één of twee dekken opgesteld, gewoonlijk 80 stuks, waarvan 60 stuks in de breede zij en 20 stuks in den b...

Lees verder
2019-09-18

Galjoen

GALJOEN, o. (-en, -s), groot zeilschip met drie of vier masten en hoog boord, in de 17de eeuw, inz bij de Spaansche marine gebezigd; — (scheepsb.) scheepssnuit of sneb welke de galjoenen voorheen met de galeien gemeen hadden; lichte uitbouwing aan den boeg van groote zeeschepen welke, aan weerszijden der scheg door loopende, zich met het uiteinde van deze vereenigt en er met oene spits boven uitsteekt: een spits galjoen, een stomp galjoen; — roosterwerk onder het galjoen, waar zich de geheim...

Lees verder
2019-09-18

galjoen

galjoen, - o., Spaansch koopvaardij- of oorlogsschip in vroeger tijd.

2019-09-18

Galjoen

Galjoen - open getimmerte op den voorsteven van vroegere zeilschepen. Het vormde één geheel met de versiering, of het zgn. „schegbeeld”, op den voorsteven. Tevens is g. de naam van groote driemasters uit de 16e en 17e eeuw, voorzien van eenige dekken. De Armada bestond grootendeels uit galjoenen.

Lees verder
2019-09-18

galjoen

galjoen - snuit van een zeeschip; spaansch koopvaardij- of oorlogschip

2019-09-18

Galjoen

noemde men in de 17e eeuw een oorlogs- of koopvaardijschip, dat vooral in Spanje veel gebruikt werd, en dan speciaal voor het vervoer van goud uit Amerika naar Spanje. Die galjoenen hadden 3 of 4 masten en een hoog boord. Bekend is de Armada, de door Philips II in 1587 uitgeruste „onoverwinlijke vloot”, waarvan vele schepen galjoenen waren.

Lees verder
2019-09-18

galjoen

o. , Spaans koopvaardij- en oorlogsschip.