Wat is de betekenis van Gaan?

2020
2021-12-01
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

gaan

1) (1942) (wielr.) in conditie zijn. • In Juli - wij schrijven nu 1923 - komt hij naar Holland. ‘Ga je?’ vragen wij hem in rennersjargon. Want renners spreken altijd van ‘gaan’. Als ze ‘gaan’, zijn ze in conditie ... zijn ze snel. Als ze niet gaan ... staan ze stil. Want hun jargon geeft veelal wi...

Lees verder
2019
2021-12-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

gaan

gaan - Werkwoord 1. ergatief zich in een bepaalde richting bewegen, meestal van de spreker af Hij ging naar Amerika. 2. mogelijk zijn Dat gaat niet. 3. (auxl) vormt een onmiddellijke toekomende tijd En nu ga i...

Lees verder
2018
2021-12-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

gaan

gaan - onregelmatig werkwoord 1. je verplaatsen of voortbewegen ♢ we gaan naar Amsterdam 1. ervandoor gaan [wegvluchten] 2. uit de weg gaan [op...

Lees verder
2017
2021-12-01
Voetballers

Jargon & Slang van Voetballers

Gaan

Gaan - 'nog x minuten te gaan': te spelen. Vertaling van Eng. x minutes to go.

2015
2021-12-01
Typisch Vlaams

Door Ludo Permentier en Rik Schutz

gaan

zullen Als het aan Vereecke ligt, komt er nog een veertigste, of zelfs vijftigste editie van de Night of the Proms. ‘Het kan, maar we beseffen dat dat niet vanzelf gaat gaan.’ (De morgen) Het kan best zijn dat we het nooit echt gaan weten. (Het Laatste Nieuws) In Algemeen Nederlands wordt 'gaan&...

Lees verder
2014
2021-12-01
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

gaan

in: dan zal het je d’r naar gaan, dan zul je ’t navenant meemaken, STROOP 107; op iemand gaan, op iemand slaan: ‘Dat er vrouwen zijn, die in hun jeugd mooi zijn en later heel leelijk worden...’ ‘Gaat dat op mij?!’ ‘Ja!’ zei hij vrij bruut. ‘Dat gaat óók op jou!’ RALEIGH 165....

Lees verder
2009
2021-12-01
Groot wielerwoordenboek

Geschreven door Marc De Coster

gaan

^verouderd taalgebruik voor: in conditie zijn. In Juli - wij schrijven nu 1923 - komt hij naar Holland. ‘Ga je?’ vragen wij hem in rennersjargon.Want renners spreken altijd van ‘gaan’. Als ze ‘gaan’, zijn ze in conditie... zijn ze snel. Als ze niet gaan... staan ze stil. Want hun jargon geeft veelal wilde overdrijving en uitersten. Als ’n renner me...

Lees verder
2004
2021-12-01
Woordenboek van Eufemismen

Marc De Coster

gaan

Verkorting van heengaan*: doodgaan; sterven. Vaak verbonden met het werkwoord ‘komen’. ‘Komen en gaan’ betekent: geboren worden en sterven. Men kan ook naar ‘een betere wereld* gaan’ of ‘de weg* van alle vlees gaan’. Men spreekt... van het groot getal van kinderen, dat men heeft zien komen en gaan. Betje Wolff: Historie van den heer Willem Leev...

Lees verder
1998
2021-12-01
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Gaan

zie ook daargaje; daar gaat-ie weer voor niets; dat gaat nergens over; gaan als een banaan; gaat-ie lekker; groot/zwaargaan; hardgaat-ie; het gaat als geitenkeutels; op leuk gaan; te gek gaan op; uit de broek gaan: 1. - over,zich bezighouden met; behandelen; bespreken: de minister van financiën gaat over geld. Gaan over iemandis ‘zorg dragen voor...

Lees verder
1998
2021-12-01
drs. Toine van Hoof

AUTEUR VAN HET BRIDGE WOORDENBOEK - "BRIDGE OPZOEKBOEK" (UITGAVE 1998)

gaan

1. Voor een honderdtal: down gaan in een (meestal gedoubleerd) contract. Voorbeeld: voor 1100 gaan. 2. Naar een manche of slem: al of niet direct uitbieden. 3. M.b.t. het wedervaren in een wedstrijd: goed gaan of slecht gaan. 4. Bij de beschrijving van een biedverloop: ‘Het bieden ging... Zie ook: laten gaan; naar bed gaan met

Lees verder
1997
2021-12-01
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

gaan

In aansporende betekenis wordt gaan regelmatig gebruikt in verwensingen. In ga toch gauw op het dak zitten, ga pissen, poepen, ga je moeder pesten, ga toch weg, ga (nou gauw) fietsen is de betekenis ‘maak dat je wegkomt!, bekijk het maar, hoepel op Mn de 16de eeuw vinden wij al gaet te galgewaerts!, ga wat muis vangen!, ga na...

Lees verder
1973
2021-12-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

gaan

(ging, heeft en is gegaan), (onoverg.): I. pers., 1. zich te voet voortbewegen: ik ben dat eind maar gegaan, een taxi was mij te duur; (oneig.) willen lopen eer men — kan, iets boven zijn krachten ondernemen; niet kunnen — of staan, bedlegerig zijn, niets kunnen doen; zoals hij gaat en staat, zoals hij is, eruit ziet; in de 2e nv. van d...

Lees verder
1952
2021-12-01
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Gaan

v., gean, gyng (gong), gien (gongen); — melken, vissen, to melken, to fiskjen gean; er vandoor —, der út ritse, rûtse, (de) sokken (deryn) sette hakken opnimme, ôfstrike, útnaeije, ûtstrike, útsnije, útpike; tegemoet —, ophelje; er op af —, der...

Lees verder
1937
2021-12-01
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

gaan

ging, h., i. gegaan; in de samengestelde tijden wordt het volt. dw. dikwijls vervangen door geweest of weggelaten (1 met e. persoon of dier: zich te voet voortbewegen; in ’t alg. zich voortbewegen; 2 met een zaak als onderwerp: in beweging zijn; van plaats veranderen; zich heen en weer bewegen; zich verwijderen van een punt enz. in verschille...

Lees verder
1933
2021-12-01
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Gaan

Gaan - is die wijze van voortbewegen, waarbij de nieuwe steun (of hang aan) op het eene lichaamsdeel reeds is verkregen, voordat die op het andere is opgeheven. Het gaan wordt verdeeld in gewoon en kunstmatig gaan. Voorbeelden van dit laatste zijn: gaan met dijheffen, met onderbeen heffen, gaan met aansluiten, gaan met tusschentred.J. H. Custers...

Lees verder
1898
2021-12-01
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Gaan

GAAN, (ging, heeft en is gegaan), zich te voet voortbewegen: ik ben dat eind maar gegaan, een rijtuig was mij te duur; het kind kruipt, eer het gaan (gewoner loopen) kan; langs de straat gaan; — niet gaan of staan kunnen, bedlegerig zijn; — gaande en staande zijn, ziekelijk zijn, zonder het bed te moeten houden; — zooals hij gaat...

Lees verder
1870
2021-12-01
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Gaan

Gaan noemt men een gelijkmatig voortbewegen van het levend ligchaam door middel van het verzetten der voeten, en van doode voorwerpen (wijzers van uurwerken enz.) door middel van een kunstmatig aangebragt drijfwerk. Door geringere snelheid onderscheidt zich het gaan van menschen en dieren van het loopen, en door zijne rustige beweging van het huppe...

Lees verder