Wat is de betekenis van Front?

2020
2021-10-25
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

front

(1925) (Barg.) gezicht. • Nou meid... op de gesondheid fan hotel de Paarse Peen... soo mit je gewassche frontje lijk je me beter,... lachte Karel naar Alie,... en datte ik nie meer teuge 'n onweersbui mag anloope... (Israël Querido: De Jordaan: Amsterdamsch epos. Deel 4: Mooie Karel. 1925) • Front: gezicht. (E.G. van Bo...

Lees verder
2019
2021-10-25
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

front

front - Zelfstandignaamwoord 1. voorkant, voorzijde 2. voorste gevechtslinie van een leger in een oorlog, frontlinie 3. (meteorologie) de begrenzing tussen twee luchtmassa's met een andere temperatuur

Lees verder
2018
2021-10-25
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

front

front - zelfstandig naamwoord 1. voorkant, voorste gedeelte ♢ deze radio heeft een lelijk front 2. voorste gebied waarin gevochten wordt ♢ de meeste doden vallen aan het front 1....

Lees verder
2017
2021-10-25
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Front

Front - voor het front komen: zich moeten verantwoorden. Eig. voor het front der troepen komen. Kom jij eens voor het front: wat heb je uitge­ voerd?

2017
2021-10-25
B.D. Poppen

Schrijver op Ensie

Front

Markeert de overgang tussen verschillende luchtsoorten.

2002
2021-10-25
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

front

Front is: 1) (beeldend): (ook facade) de voorkant van een gebouw of groot meubel; 2) (dans): de voorzijde (van de danser, van de ruimte, enz.).

1994
2021-10-25
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Front

[v. Lat. frons, frontis = voorhoofd; ook: breedte] 1 voorkant van gebouw e.d., gevel; 2 (mil.) eerste gelid van een opgestelde troep soldaten; 3 (mil.) gevechtslinie van een oorlogvoerend leger (bijv.: hij werd naar het front gezonden); ook: dergelijke linies van twee...

Lees verder
1993
2021-10-25
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Front

voorkant; gevechtslinie; grens tussen twee verschillende luchtsoorten; halfhemd

1993
2021-10-25
Peter Timofeeff

Prisma van het Weer

Front

Snijlijn van de grens tussen twee luchtsoorten (frontvlak) met het aardoppervlak. Men moet deze snijlijn eigenlijk niet als een dunne lijn zien, maar als een strook van 10-100 km breed: de frontale zone. Indien de temperatuur van twee luchtsoorten verschilt, zal ook de dichtheid anders zijn: de koude lucht is zwaarder dan de warme lucht en heeft du...

Lees verder
1981
2021-10-25
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Front

1. de voorzijde van een gebouw; 2. de voorste gevechtslinie, ook in ruimere zin het hele gevechtsgebied direct achter de frontlijn; 3. in de meteorologie: de begrenzing van een luchtdrukgebied, depressie, regenfront, enz.

Lees verder
1980
2021-10-25
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Front

In couranten leest men soms het woord volksfront voor een bepaalde politieke samenwerking van verschillende partijen. Het is een vertaling van het Franse front populaire. De eigenlijke betekenis van het Latijnse woord frons, waarvan ons woord front via het Frans is afgeleid, is: voorhoofd, gelaat en vandaar: voorzijde van een bouwwerk, gevel, maar...

Lees verder
1973
2021-10-25
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

front

[Lat. frons, voorhoofd, voorzijde], o. (-en), 1. voorzijde van een gebouw, een monument, een sluis, een kast enz.; bij uitbreiding iedere vrijstaande gevel; 2. voorzijde of eerste gelid van een troepenopstelling; voor het — komen, ook oneig.: voor den dag komen; ook: met iets voor het — komen; — maken, een troepenafdeling zich zo...

Lees verder
1955
2021-10-25
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Front

o., voorhoofd; voorgevel, voorzijde; de naar de vijand gekeerde gevechtslinie; front maken: pal staan; front slaan: vertoon maken.

1952
2021-10-25
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Front

s.n., front (it); een witdragen, it wyt foar hawwe.

1949
2021-10-25
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Front

(1), in de meteorologie scheidingslijn tussen warme en koude luchtmassa’s, meestal getypeerd door buien en soms onweer; (2) in de bouwkunde voorzijde van een gebouw; (3) in de krijgskunde het deel van de strijdmacht, dat met de vijand het dichtst in aanraking is.

Lees verder
1948
2021-10-25
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

front

o. voorhoofd; voorzijde, voorgevel; gevechtslijn; ~ maken, pal staan, zich naar voren wenden, stelling nemen.

Lees verder
1933
2021-10-25
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Front

voorste gevechtslinie v/e oorlogvoerend leger.

1933
2021-10-25
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Front

Front - 1° (bouwk.) → Gevel. 2° ( Krijgsk.) Een samenhangend geheel van een of meer verdedigde stellingen, veelal aan beide einden aangeleund door andere f., door onzijdig gebied, zee of ondoorschrijdbaar terrein. 3° Front in de meteorologie is de scheidingslijn tusschen koude en warme luchtmassa’s (zie figuren bij art. &rarr...

Lees verder
1928
2021-10-25
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Front

betekent eigenlijk voorhoofd. Men bedoelt hiermee ook de voorgevel van een gebouw. In militairen zin verstaat men onder het front de eigenlijke gevechtslinie of (bij parades) de voorste lijn van de troepen. Front tegen den vijand maken wil zeggen: zich tegen hem te weer stellen of hem „de spits bieden”.In den laatsten tijd wordt het woo...

Lees verder
1916
2021-10-25
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Front

Front - 1) in de bouwk.de voorkant of de voorgevel. Bij sluizen noemt men de muren, die rechthoekig op de lengte van de sluis staan, de fronten of frontmuren, bij duikers is eveneens de muur, waarin de duiker uitkomt, voorzoover deze tusschen de schuine vleugels staat, de frontmuur en dezen mum: met de vleugels noemt men gezamenlijk wel het front v...

Lees verder