Wat is de betekenis van fronsen?

2019
2022-07-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

fronsen

fronsen - Werkwoord 1. (ov) de wenkbrauwen ~ van verbazing of afkeuring de wenkbrauwen ophalen Er werd door velen gefronst toen het nieuws verteld werd. fronsen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord frons Synoniemen fronzen

Lees verder
2018
2022-07-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

fronsen

fronsen - regelmatig werkwoord uitspraak: fron-sen 1. rimpels in je voorhoofd trekken ♢ hij fronste bedenkelijk met zijn wenkbrauwen Regelmatig werkwoord: fron-sen ik frons jij/u fronst...

Lees verder
1980
2022-07-07
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Fronsen

Het eigenaardige van het werkwoord fronsen is, dat de betekenis aanvankelijk zeer beperkt was, zich daarna heeft verwijd en vervolgens weer verengd. Het woord is via het Frans ontleend aan het Latijn. In die taal betekent ’t woord frons: voorhoofd. De oor-spronkelijke betekenis van fronsen is dus: het voorhoofd rimpelen. In later tijd gaat me...

Lees verder
1973
2022-07-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

fronsen

(fronste, heeft gefronst), tot rimpels samentrekken (de wenkbrauwen, het voorhoofd); ook zich —.

1952
2022-07-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Fronsen

adj., fronselje, pronselje.

1937
2022-07-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

fronsen

fronste, h. gefronst (Fr. froncer: in rimpels trekken inz. het voorhoofd; Z.-N. in plooien trekken): het voorhoofd fronsen; ook: de wenkbrauwen fronsen; Z.-N. kleren fronsen.

1898
2022-07-07
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Fronsen

FRONSEN, (fronste, heeft gefronst), tot rimpels samentrekken (het voorhoofd); —(Zuidn.) fronsels maken aan een kleedingstuk. FRONSING, v. (-en).

Lees verder