Wat is de betekenis van frons?

2022
2023-02-06
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Marc De Coster

frons

(16e eeuw) (euf.) vrouwelijk geslachtsdeel. Eigenlijk: vouw, plooi, rimpel. • (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980) • (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)

Lees verder
2019
2023-02-06
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

frons

frons - Zelfstandignaamwoord 1. (n) (valkerij): een aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een ééncellige parasiet (Trichomonas gallinae) 2. (f)/(m): rimpel in het gelaat, die vaak een uitdrukking van verbazing of ongeloof is 3. (n) (dierkunde): deel van de kop van een insect gelegen...

Lees verder
2018
2023-02-06
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

frons

frons - zelfstandig naamwoord 1. plooi of rimpel in je voorhoofd ♢ aan die frons zag ik dat hij boos was Zelfstandig naamwoord: frons de frons de fronsen of fronzen het fronsje...

Lees verder
1981
2023-02-06
Zuidnederlands Woordenboek

Schrijver op Ensie

frons

Plooi, rimpel (in een kledingstuk e.d.); in verb. als met fronsen, vaak zoveel als: aangerimpeld. Vichy met verschillende grootte van ruiten voor een kieltje met veel wijdte. Ritssluiting in het voorste. Doorgestikte fronsen, Vrouw en Wereld maart 1974, p. 40. Een kraag die eindigt in een grote capuchon op een rond inzetsel met frons...

Lees verder
1977
2023-02-06
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

frons

frons - vagina; eig. ‘rimpel’ (vgl. spleet, snee, gleuf). Haer fronse was bedect met eender rosen, SMEKEN, Dwonder (ed. PENNINK) 322 [1511].

Lees verder
1973
2023-02-06
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

frons

v./m. (-en, fronzen), rimpel, m.n. op het voorhoofd als teken van ontstemming of van ingespannen nadenken, plooi.

1949
2023-02-06
Woordenboek Latijn

Geschreven door Dr. J.F.L. Montijn

Frons

I. frondis, f. loof, gebladerte, tak met bladeren; meton., kroon van bladeren. II. frontis, f. 1. voorhoofd; van mensen vooral = gezicht, b.v. verissima fronte alqd dicere, met het eerlijkste gezicht, Cic. 2. overdr., de buitenzijde, het uitwendige, uiterlijk aanzien, aanblik, schijn. | voorste zijde, frontzijde, vooral front van een leger,...

Lees verder
1949
2023-02-06
Geneeskundig woordenboek (EN-NL)

Dr. mr. W. Schuurmans Stekhoven (1949)

frons

voorhoofd; syn. forefustigation head; bijv. nw. frontal;

1937
2023-02-06
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

frons

v. fronsen, fronzen (kreuk, rimpel, plooi).

1937
2023-02-06
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Frons

Rimpel, plooi. Rimpelen en fronsen. Een frons boven de oogen. Rimpels, die door rijgen in geweven stoffen ontstaan : een gefronst kraagje. Fronsen is van plooitjes voorzien.

Lees verder
1930
2023-02-06
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

frons

v. (–en, fronzen) [msch. ~ kronkelen] rimpel, plooi : een – boven zijn ogen.

1923
2023-02-06
Pinkhof 1923

Pinkhof geneeskundig woordenboek

Frons

(Lat.), voorhoofd. F. quadrata, vierhoekig voorhoofd, het uitpuilende voorhoofd van kinderen met Engelsche ziekte; syn. caput quadratum.

1923
2023-02-06
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Frons

(Lat.), voorhoofd. F. quadrata, vierhoekig voorhoofd, het uitpuilende voorhoofd van kinderen met Engelse ziekte; syn. caput quadratum.

1898
2023-02-06
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Frons

FRONS, v. (-en), rimpel, plooi.

1864
2023-02-06
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Frons

Frons, v. gmv. rimpel, plooi. *-ELEN, *-EN, bw. gel. (ik fronste, heb gefronst, B. fronsde, gefronsd), tot rimpels zamentrekken (het voorhoofd). *-ING, v. gmv. rimpeling.

Lees verder