Wat is de betekenis van frons?

2020
2022-01-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

frons

(16e eeuw) (euf.) vrouwelijk geslachtsdeel. Eigenlijk: vouw, plooi, rimpel. • (Hans Heestermans: Erotisch Woordenboek. 1980) • (H. Mullebrouck: Vlaamse volkstaal. 1984)

Lees verder
2019
2022-01-27
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

frons

frons - Zelfstandignaamwoord 1. (n) (valkerij): een aandoening van keel, luchtpijp en krop veroorzaakt door een ééncellige parasiet (Trichomonas gallinae) 2. (f)/(m): rimpel in het gelaat, die vaak een uitdrukking van verbazing of ongeloof is 3. (n) (dierkunde): deel van de kop van een insect gelegen...

Lees verder
2018
2022-01-27
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

frons

frons - zelfstandig naamwoord 1. plooi of rimpel in je voorhoofd ♢ aan die frons zag ik dat hij boos was Zelfstandig naamwoord: frons de frons de fronsen of fronzen het fronsje...

Lees verder
1977
2022-01-27
Erotisch woordenboek

Hans Heestermans

frons

frons - vagina; eig. ‘rimpel’ (vgl. spleet, snee, gleuf). Haer fronse was bedect met eender rosen, SMEKEN, Dwonder (ed. PENNINK) 322 [1511].

Lees verder
1973
2022-01-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

frons

v./m. (-en, fronzen), rimpel, m.n. op het voorhoofd als teken van ontstemming of van ingespannen nadenken, plooi.

1937
2022-01-27
Koenen

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

frons

v. fronsen, fronzen (kreuk, rimpel, plooi).

1937
2022-01-27
Woordverklaring

Dr. L.M. Metz - 1937

Frons

Rimpel, plooi. Rimpelen en fronsen. Een frons boven de oogen. Rimpels, die door rijgen in geweven stoffen ontstaan : een gefronst kraagje. Fronsen is van plooitjes voorzien.

Lees verder
1923
2022-01-27
Uitheemsche geneeskunde termen

dr. H. Pinkhof, 2e druk 1935

Frons

(Lat.), voorhoofd. F. quadrata, vierhoekig voorhoofd, het uitpuilende voorhoofd van kinderen met Engelse ziekte; syn. caput quadratum.

1898
2022-01-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Frons

FRONS, v. (-en), rimpel, plooi.