Wat is de betekenis van Fransen?

2019
2023-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

Fransen

Fransen - Zelfstandignaamwoord 1. meervoud van het zelfstandig naamwoord Fransman

Lees verder
2017
2023-01-28
Leendert Brouwer

CBG|Familienamen

Fransen

Patroniem uit de voornaam Frans met -en-verbuiging. De naamvorm Frans is ontstaan uit Franciscus = 'Fransman'. De voornaam dankt zijn populariteit aan Franciscus van Assisi, die deze naam na een reis naar Frankrijk kreeg.

1998
2023-01-28
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Fransen

loop naar de -en hoepel op; loop heen. Grappige verwensing.

Lees verder
1997
2023-01-28
Vloeken

Prof. dr. P.G.J. van Sterkenburg: Vloeken, een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie (SDU, 2001).

Fransen

De verwensing loop naar de Fransen! kennen wij in de betekenis ‘hoepel op’. De Fransen hebben in het verleden bij ons nog al huisgehouden, zo erg dat wij in geval van woede en andere frustraties iemand gemakkelijk willen toevertrouwen aan de ondeugden van dat volk, dat ook nog eens ver van de brandhaard van ons ongenoegen woont....

Lees verder
1980
2023-01-28
Blauwe Scheen

Lexicon Beeldende Kunstenaars

Fransen

Anton; geb. Huisduinen (gem. Den Helder) 7 november 1867, overl. Rotterdam 25 augustus 1954. Woonde en werkte in Amsterdam tot 1889, Den Helder tot 1897, Rotterdam 1897, Den Haag tot 1903, daarna in Rotterdam. Heeft eerst gevaren, later schilderde hij (heel precies) schepen, vnl. zeilschepen.Scheen 1969.

Lees verder
1973
2023-01-28
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

Fransen

v./m. (mv.), bewoners van Frankrijk; loop naar de —, verwensing.

Lees verder
1969
2023-01-28
Pieter Scheen

Rode Scheen: Lexicon Nederlandse beeldende kunstenaars 1750-1950

Fransen

Fransen - zie M. H. O. Vrijens.

1951
2023-01-28
Duits woordenboek (DU-NL) 1951

Dr. H. W. J. Kroes

Fransen

van franje voorzien; uitrafelen.

1950
2023-01-28
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Fransen

(franste, heeft gefranst), (Zuidn.) de voeten buitenwaarts zetten, de Franse stand hebben: dat peerd, die jongen franst.

1937
2023-01-28
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

fransen

franste, h. gefranst (Z.-N. de voeten, voorste poten buitenwaarts zetten).

1933
2023-01-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Fransen

Fransen - J. F., Belg. psycholoog; * 9 Febr. 1886. F. studeerde te Leuven, werd doctor in de medicijnen; prof. in de psychologie te Gent.Werken: De aandacht (Vl. Geneesk. Tschr., 1926); De vermoeienis (Vl. Opvoedk. Tschr., 13e jg., 1932, nr. 3, 5, 6, 7).

Lees verder
1930
2023-01-28
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

Fransen

mv. mensen uit Frankrijk: loop naar de -, verwensing.