Wat is de betekenis van fractuur?

2020
2022-10-01
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

fractuur

botbreuk. Voorbeelden: Bij een persoon van 75 jaar ligt de kans op een breuk tussen de 5 en 10 procent. Van alle 90-jarigen loopt een op de drie kans een heup te breken. De hoofdoorzaak van de fracturen bij ouderen is botontkalking. Door een verslechterde motoriek lopen ouderen meer kans te vallen. Haarlems Dagblad, 2 maart 2001...

Lees verder
2019
2022-10-01
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

fractuur

fractuur - Zelfstandignaamwoord 1. een botbreuk

Lees verder
2018
2022-10-01
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

fractuur

fractuur - zelfstandig naamwoord uitspraak: frac-tuur 1. gebroken bot ♢ Yehudi had een fractuur in zijn bovenbeen Zelfstandig naamwoord: frac-tuur de fractuur de fracturen ...

Lees verder
2010
2022-10-01
Dokterswoordenboek

Ruim 2300 medische begrippen, omschreven door Jannes van Everdingen en Arnoud van den Eerenbeemt

fractuur

(uitspraak: frak-TUUR) Zie (ook) botbreuk

Lees verder
2007
2022-10-01
logopedie

Logopedisch Lexicon

Fractuur

(v.), breuk.

1994
2022-10-01
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Fractuur

1. [Lat. fractura] (med.) botbreuk, breuk van een der beenderen. 2. [Du. Fraktur] (typ.) gotische drukletter.

Lees verder
1993
2022-10-01
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Fractuur

(fraktuur) botbreuk; gotische drukletter

1987
2022-10-01
Natuurlijk alternatief

Homeopathie encyclopedie

Fractuur

Botbreuk.

1981
2022-10-01
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Fractuur

zie beenbreuk.

1974
2022-10-01
Biologische encyclopedie

Biologische encyclopedie geschreven door G. Th. van Kempen. Amsterdam, 1974.

fractuur

(L., fractus = gebroken), beenbreuk.

1973
2022-10-01
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

fractuur

[<Hd.], v. (-turen), bij een orgel het overbrengingsmechaniek tussen toets en pijpventiel en tussen registerknop en sleep.

1955
2022-10-01
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Fractuur

breuk, beenbreuk;

1954
2022-10-01
Medisch Encyclopedie 1954

Eerste Medisch Systematische Ingerichte Encyclopedie

Fractuur

breuk van enig deel van het beenderstelsel; zie beenbreuk. Vgl. inscheuring.

1950
2022-10-01
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Fractuur

(<Fr.-Lat.), v., 1. breuk, breking (van -enig lichaamsdeel); 2. Gothische drukletter; —SCHUIFT, o.

Lees verder
1949
2022-10-01
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Fractuur

breuk, beenbreuk.

1937
2022-10-01
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

fractuur

v. fracturen, fractuurtje (Fr. fracture [Lat. fractura]: geneesk. breuk; beenbreuk; typ. Duitse drukletter).

1933
2022-10-01
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Fractuur

1) → breuk 2); 2) Duitsche lettersoort.

Lees verder
1933
2022-10-01
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Fractuur

Fractuur - ➝ Beenbreuk.

1929
2022-10-01
Geneeskundige Encyclopaedie 1929

Dr. Ch. Bles

Fractuur

zie Beenbreuk.

1916
2022-10-01
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Fractuur

Fractuur - fractura, zie BEENBREUK.