Wat is de betekenis van formeren?

2019
2021-09-22
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

formeren

formeren - Werkwoord 1. (ov) vormen, samenstellen Woordherkomst afgeleid van het Franse former met het achtervoegsel -eren Antoniemen deformeren Verwante begrippen aangaan

Lees verder
2018
2021-09-22
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

formeren

formeren - regelmatig werkwoord uitspraak: for-me-ren 1. uit verschillende delen tot een geheel maken ♢ er is een nieuw elftal geformeerd Regelmatig werkwoord: for-me-ren ik formeer jij/...

Lees verder
2010
2021-09-22
Wielerwoordenboek

Geschreven door Fons Leroy en Wim van Rooy

formeren

formeren: vormen, bijvoorbeeld 'een groep formeren', 'een waaier formeren'. Men hoort het niet vaak meer, ook al spreken de Hollanders toch graag een mondje Frans.

2002
2021-09-22
Lexicon voor de kunstvakken

Verklaringen van woorden die gebruikt worden in teksten over kunst.

formeren

Formeren is een techniek om een 3-dim beeld te maken; voorwerpen rangschikken die verplaatsbaar zijn, zonder verbindingen te gebruiken; de onderdelen samen vormen een nieuw geheel.

1994
2021-09-22
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Formeren

[Fr. former, van Lat. formare, formatum] 1. vormen, vorm geven, samenstellen (bijv. een kabinet); 2. een gedaante geven aan, scheppen; (mil.) (zich) opstellen (gezegd van een leger).

Lees verder
1993
2021-09-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Formeren

samenstellen; opstellen van een leger

1973
2021-09-22
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

formeren

[Lat.] (formeerde, heeft geformeerd), 1. vormen, samenstellen: een drietal —; een kabinet —; uitmaken; 2. een gedaante geven aan, scheppen: vóór dat iets was geformeerd; (fig.) geestelijk vormen; 3. (van een leger) (zich) opstellen.

Lees verder
1955
2021-09-22
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Formeren

vormen, scheppen.

1950
2021-09-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Formeren

(formeerde, heeft geformeerd), (<Fr.Lat.), 1. vormen, samenstellen: een drietal formeren', een kabinet formeren; — uitmaken; 2. een god aan te geven aan, scheppen : vóór dat iets was geformeerd; — (fig.) geestelijk vormen; 3. (van een leger) (zich) opstellen. FORME'RING, v., vorming, schepping....

Lees verder
1948
2021-09-22
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

formeren

vormen, voortbrengen.

Gerelateerde zoekopdrachten