Wat is de betekenis van fok?

2020
2021-08-03
Meertens Instituut

Nederlandse Voornamenbank

Fok

Zie Foke

2020
2021-08-03
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

fok

1) (1901) (Barg.) rijk. • Lekker! Nou zien ik toch, dat je een fokke vrijer bent. (Justus van Maurik: Toen ik nog jong was. 1901) • Fok, (Barg.) bril; bijv. nw.: rijk; een fokke vrijer: een rijke kerel. (Fokke Bos: De vreemde woorden. Derde druk. 1955) 2) (1844) (inf.) bril. Reeds aangetroffen in het werk van Beets. Ook...

Lees verder
2019
2021-08-03
Ewoud Sanders

Taalhistoricus en journalist.

fok

bril In 1844 voor het eerst aangetroffen, in een artikel over het Bargoens in de Algemeene Konst- en Letterbode. Het komt hierin voor in de zin: ‘Een vrijer, die een fok droeg.’ Een ‘koperen bril’, aldus een Bargoense bron uit 1860, werd wel een loensche fok genoemd. Köster Henke geeft in 1906 in De Boeventaal onder meer als vo...

Lees verder
2019
2021-08-03
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

fok

fok - Zelfstandignaamwoord 1. (m); (scheepvaart) driehoekig zeil bevestigd aan de voorstag, het fokzeil 2. (m); (scheepvaart) het onderste razeil aan de fokkemast van vierkantgetuigd|vierkantgetuigde schepen 3. het fokken, de teelt van dieren (geen meervoud) 4. bril zet die fok eens op...

Lees verder
2017
2021-08-03
Matrozen en mariniers

Jargon & Slang van Matrozen en mariniers

Fok

Fok - schertsend voor bril. Iemand de fok opzetten: iemand beetnemen. Eig. driehoekig voorzeil.

2003
2021-08-03
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

fok

fok - Afkorting van fill or kill order.

1998
2021-08-03
Woordenboek van populaire uitdrukkingen

Marc De Coster ©, 1998

Fok

1. geen-,helemaal niets. Soldatenslang. Verbastering van Engels fuck. Het interesseert me geen fok. (Trouw, 29/12/95) 2. wat de -, wat geeft het; wat maakt het uit. Onder jongeren een populair tussenwerpsel. Uit Engels slang what the fuck(zie wat de fuck). En wat de fok, als we nu toch bezig zijn... (Oor, 02/12/95)

Lees verder
1981
2021-08-03
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Fok

het onderste razeil aan de voorste mast (fokkemast) van een zeilschip.

1980
2021-08-03
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Fok

De vraag waar het woord fok in de betekenis bril vandaan komt, kan als volgt worden beantwoord. Eigenlijk is de fok het zeil dat voor de mast of aan de voorste mast van een schip wordt gevoerd. Het is dus een hulpzeil. De fok opzetten betekent dus in letterlijke zin: een zeiltje bijzetten en vandaar meer algemeen: een hulpmiddel te baat nemen. Daar...

Lees verder
1971
2021-08-03
Watersport A-Z

Watersport A-Z, Kramer (1971)

Fok

Fok - driehoekig voorzeil, doorgaans gevoerd aan een fokkestag of voorstag, dat tevens de mast naar voren steunt. Een fok die tot vlakbij of zelfs voorbij de mast reikt, beïnvloedt tevens de aërodynamische werking van het grootzeil ; hij versnelt de luchtstroming aan lij van het grootzeil en maakt tevens dat deze bij vergrote invalshoek n...

Lees verder
1964
2021-08-03
voornamen

Voornamenboek

Fok

m/v ->Foke (Fri.).

1955
2021-08-03
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Fok

(B arg.) bril; bijv. nw.: rijk; een fokke vrijer: een rijke kerel

1952
2021-08-03
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Fok

s., fok; Drentse —, drint.

1950
2021-08-03
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Fok

v. (-ken), 1. (zeew.) het onderste razeil aan de voormast van grote schepen; — driekantig voorzeil op kleine vaartuigen, tussen de mast en de boegspriet gehesen : de fok laten vallen of bijzetten; voor de fok lopen, aflenzen; — 2. bril: de fok er bij opzetten ; — iem. de fok opzetten, hem beetne...

Lees verder
1949
2021-08-03
Boevenjargon

Geschreven door Professor Henry Roskam

fok

rijk, ook wel bril. Een fokke vrijer, een rijke kerel. De gozer had een fok op ze penoze, de man had een bril op zijn neus.

Lees verder
1949
2021-08-03
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Fok

bij schepen met raas het onderzeil aan de voorste of fokkemast.

1933
2021-08-03
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Fok

zeil voor den mast of a/d voorstel mast (Fokkemast) v/e driemaster.

1933
2021-08-03
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Fok

Fok - → Fokzeil.

1919
2021-08-03
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Fok

De fok erbij opzetten. Deze uitdrukking beteekent in de zeemanstaal: een der stormzeilen opzetten. In Pilaar-Mossel, Het Tuig 337, leest men: „De stormzeilen worden alleen ... bijgezet, als het zoo hard gaat waaijen dat men vreest weldra geene andere dan genoemde zeilen te kunnen voeren. Tegenwoordig gebruikt men meestal als stormzeilen allee...

Lees verder
1916
2021-08-03
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Fok

Fok - het onderste zeil aan den voorsten mast van een vierkant getuigd zeilschip. — De breefok is een vierkant zeil, dat op langscheeps getuigde schepen aan een lichte ra aan den voortop wordt gevoerd. Zie ook ZEILEN.