Wat is de betekenis van fluks?

2020
2022-09-30
Onze Taal

Genootschap Onze Taal | Woordpost

FLUKS

UIT: 'Dexia was het Lehman Brothers van Europa' (Nico Tanghe, De Standaard, 20 oktober 2011) CONTEXT: Zijn FLUKSE tred en stevige handdruk is de Franse topman van Dexia nog niet kwijt. Maar bij aanvang van het gesprek is de blik van Pierre Mariani dof en zijn gezicht getekend. : snel, kwiek, stevig UITSPRAAK: [fluks] WOORDFEIT: De oud...

Lees verder
2019
2022-09-30
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

fluks

fluks - Bijvoeglijk naamwoord 1. heel snel zonder aarzelen Romantische liefde, familieliefde, vriendenliefde: om Valentijnsdag heen valt altijd wel iets te verzinnen. Ik ging fluks aan de slag. Lustopwekkend eten, hartjesvormen: niets was mij te gek. Dit alles mocht mijn gezin proeven en beoordelen....

Lees verder
1993
2022-09-30
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Fluks

snel; dadelijk

1973
2022-09-30
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

fluks

I. bw. (-er, -st), dadelijk, onmiddellijk; II. bn., (gew.) 1. vlug, rap; 2. fiks, stevig.

Lees verder
1950
2022-09-30
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Fluks

I. bw. (-er, -t), dadelijk, zonder verwijl; II. bn., (Zuidn.) 1. vlug, rap ; 2. fiks, stevig.

Lees verder
1937
2022-09-30
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

fluks

flukser, flukst 1. bw. (met spoed, gezwind; aanstonds, dadelijk): fluks komen; 2. bn. (vero., Z.-N. vlug, rap; flink; bijdehand): een flukse wending.

Lees verder
1930
2022-09-30
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

fluks

bn. en bw. (-er, -t) [~ vliegen] snel, spoedig : een -e wending; zich gewennen; naderen. Syn. * driftig.

Lees verder
1911
2022-09-30
pluim

Keur van Nederlansche woordafleidingen

Fluks

(Mnl. vluchts) is onder den invloed van ’t Hgd. flugs gevormd van vlucht, met de bijw. s.

1898
2022-09-30
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Fluks

Het begrip fluks heeft 2 verschillende betekenissen: 1. fluks - FLUKS, v. (-en), (voorgesteld als kernachtig woord voor) vliegmachine. 2. fluks - FLUKS, bw. (-er, -t), dadelijk, met spoed

Lees verder
1898
2022-09-30
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Fluks

zie Haastig.

1864
2022-09-30
Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal

I.M. Calisch (1864)

Fluks

Fluks, bijw. dadelijk, met spoed. *-CH, bn. spoedig, vaardig.

Lees verder