Wat is de betekenis van flauwte?

2024-02-21
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

flauwte

flauwte - Zelfstandignaamwoord 1. aanval van kortdurende bewusteloosheid Chris meent zelf dat hij aan een whiplashtrauma lijdt, na een val in het café, respectievelijk op de skipiste. Hij wil vooral geholpen worden aan de pijn ergens in het overgangsgebied van de nek naar het brein. Uitgebreid vertelt hij o...

2024-02-21
Muiswerk Educatief

Muiswerk Educatief (2017)

flauwte

flauwte - zelfstandig naamwoord uitspraak: flauw-te 1. oppervlakkige bewusteloosheid ♢ zij kreeg een flauwte, maar kwam meteen weer bij Zelfstandig naamwoord: flauw-te de flauwte de flau...

2024-02-21
Encyclopedie voor Zelfstudie

drs. L.A. Beeloo (1981)

Flauwte

plotselinge kortstondige bewusteloosheid door tekort aan bloed in de hersenen. Oorzaken: storingen van de bloedsomloop, vergiftigingen, en meestal sterk onder psychische invloed, b.v. schrik, het zien van bloed, enz. Bij een flauwte valt de patiënt meestal op de grond, waardoor de circulatie in de hersenen verbeterd wordt en het bewustzijn wee...

2024-02-21
Frysk Wurdboek (Friesch woordenboek)

Fa. A.J. Osinga (1952)

Flauwte

s., flaute, oerhael, set.

Wil je toegang tot alle 15 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Flauwte

v. (-n), toestand van bezwijming, onmacht : in een flauwte vallen; een flauwte krijgen; van een flauwte bekomen of bijkomen.

2024-02-21
De Kleine Winkler Prins

Winkler Prins (1949)

Flauwte

of onmacht, plotseling wegzinken der krachten. Ademhaling is oppervlakkig, de pols soms nauwelijks te voelen. Het bewustzijn is tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven. F. kan worden veroorzaakt door schrik of angst, door uitputting, door bloedverlies. Getroffene plat neerleggen in koele, rustige omgeving; te sterke afkoeling vermijden. Wassen v...

2024-02-21
Winkler Prins Encyclopedie

E. de Bruyne, G.B.J. Hiltermann en H.R. Hoetink (1947)

FLAUWTE

of onmacht noemt men een plotseling wegzinken der krachten, waarbij de pols nauwelijks voelbaar kan zijn en de ademhaling oppervlakkig is. Het bewustzijn is tijdelijk geheel of gedeeltelijk opgeheven. Aan het flauwvallen gaan gewoonlijk oorsuizing, duizeligheid of misselijkheid vooraf. De oorzaak van flauwte is veelal een ongewone gemoedsaan...

2024-02-21
Humoristisch woordenboek

H. Moritsen (1939)

Flauwte

Wijze van vallen om een situatie te redden.

2024-02-21
Verklarend handwoordenboek der Nederlandse taal

M. J. Koenen's (1937)

flauwte

v. -s, -n (bezwijming): in flauwte liggen.

2024-02-21
Encyclopedie voor Iedereen

John Kooy (1933)

Flauwte

plotselinge bewusteloosheid v.korten duur, meestal door hevige gemoedsbeweging.

2024-02-21
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

flauwte

v. (-n, -s; flauwtetje) het flauw zijn, bezwijming: in (een) vallen, liggen.

2024-02-21
Polulaire Geneeskundige Encyclopaedie

Dr. Ch. Bles (1929)

Flauwte

zie Onmacht.

2024-02-21
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Flauwte

Flauwte - eene, meestal kort durende, onderbreking van het bewustzijn. Neiging tot eene f. gaat gepaard met duizeligheid, zwart voor de oogen zien, oorsuizen. Tijdens eene f. zijn gevoel en bewegingsmogelijkheid opgeheven, pols en ademhaling zijn nauwelijks merkbaar, de kleur is uit het gelaat geweken; slechts wanneer de f. door plotseling te sterk...

2024-02-21
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

flauwte

v. (-n of -s), toestand van bezwijming, onmacht: in een — vallen; een — krijgen; van een — bekomen of bijkomen.

2024-02-21
Groot woordenboek der Nederlandsche taal

J.H. van Dale (1898)

Flauwte

FLAUWTE, v. bezwijming, toeval: in eene flauwte vallen; eene flauwte krijgen; van eene flauwte bekomen of bijkomen.