Wat is de betekenis van Flank?

2019
2023-02-07
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

flank

flank - Zelfstandignaamwoord 1. zijkant van een samenhangend geheel Het legioen werd in de flank aangevallen. 2. (elektronica) sterkst stijgende of dalende deel van een elektrisch signaal 3. deel van een bastion dat aan de courtine grenst

Lees verder
2018
2023-02-07
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

flank

flank - zelfstandig naamwoord 1. zijkant ♢ Ilse klopte op de flank van het paard 1. in de flank aangevallen worden [aan de zijkant] Zelfstandig naamwoord: flank de flank...

Lees verder
2014
2023-02-07
Mokums woordenboek

Ditte Simons en Hans Heestermans

flank

lichaamszijde (BP): in d’rlui flank vallen, in de smaak vallen: Toe vroeg ie nog na de mottige en na Gijs ... heel vrindelijk en beleefd ... je kon zoo zien, asdat we zoo’n beetje in d’rlui flank viele, ABRAMSZ 131;flanken smeren; een pak slaag geven: Jaaij... jaaij!... Goan deur... of ikke sel effe je flanke smere! Weegeluis! QUE...

Lees verder
2013
2023-02-07
Bart Janssen

--

Flank

Een flank is een deel van het bastion dat aan de courtine grenst. Ook de naar achter gerichte delen van een lunet worden met deze term aangeduid.

1981
2023-02-07
Zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Flank

zijde. Men spreekt van de flank van een leger: de zijlinie. Ook in de sport wordt dit begrip wel gebruikt: de linksbuiten is een flankspeler; bij het turnen wordt een sprong zijdelings over een toestel een flanksprong genoemd.

Lees verder
1973
2023-02-07
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

flank

v./m. (-en), 1. zijkant van de buik tussen onderste ribben en heup, alleen van dieren gezegd; gesloten of gevulde flanken, wanneer de afstand tussen de achterste rib en de uitwendige heupknobbel zeer kort is; 2. zijde van een schip; zijde, vleugel van een gebouw; (heraldiek) midden-zijkant van een schild; 3. (vestingbouw) zijlijn van een lunette,...

Lees verder
1954
2023-02-07
Agrarisch

Agrarisch Encyclopedie

Flank

is het bovenste en achterste gedeelte van de buik, ontsloten door de heupknobbel, de onderkant van de lendenen en de achterste rib.

1952
2023-02-07
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Flank

s.; (van dier), fang.

1951
2023-02-07
Woordenboek Engels (EN-NL) 1951

Dr. F.P.H. van Wely

flank

I. zijde; ribstuk; flank II. flankeren; in de flank dekken; in de flank aanvallen, bestrijken; onttrekken.

Lees verder
1950
2023-02-07
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Nederlands woordenboek (7e druk - 1950)

Flank

v. (-en), 1. zijkant van de buik tussen onderste ribben en heup, alleen van dieren gezegd; gesloten of gevulde flanken, wanneer de afstand tussen de achterste rib en de uitwendige heupknobbel zeer kort is; 2. (w.g.) zijde van een schip; — zijde, vleugel van een gebouw; — (herald.) midden-zijkant van een schild; 3. (vestin...

Lees verder
1949
2023-02-07
Geneeskundig woordenboek (EN-NL)

Dr. mr. W. Schuurmans Stekhoven (1949)

flank

flank.

1949
2023-02-07
De Kleine Winkler Prins

Encyclopedie van A tot Z - 1949

Flank

(militair), zijkanten van een troep met diepe opstelling (bij brede, ondiepe formaties: vleugel).

1947
2023-02-07
Winkler Prins Encyclopedie

Winkler Prins 1947

FLANK

(1, tactiek) van een troep met diepe opstelling heten de zijkanten. Offensieve flankbeveiliging is een begrip uit de leer der strategie of der tactiek. Men duidt hiermede aan een troepeneenheid, welke op de flank van een stelling (strategie) of een legeronderdeel (tactiek) eenresp. naar voren geschoven of teruggehouden opstelling inneemt, me...

Lees verder
1937
2023-02-07
Koenen woordenboek 1937

M. J. Koenen's Verklarend handwoordenboek

flank

v. flanken (Fr. flanc: zijde; inz. van paarden: lendedeel van de buik; mil. zijde van een legerafdeling, in tegenstelling tot het front); met hijgende flanken; mil. rechts in (of: uit) de flank, rechtsom; links in (of: uit) de flank, linksom; zegsw. in de flank vallen, zeer welkom zijn.

1933
2023-02-07
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Flank

zijkant, vooral v/e legertroep.

1933
2023-02-07
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Flank

1° Bij dieren het lendedeel van den buik. Term vooral gebruikelijk bij paarden. 2° (Ook: lies) Naam van dat onderdeel van de huid, dat afvalt aan de buikzijde bij het crouponneeren. Wordt verwerkt tot allerlei soorten leder. 3° Zijkant van een bastion met, veelal in front gedekte, geschutsopstellingen, soms in meerdere verdiepingen, ope...

Lees verder
1930
2023-02-07
Jozef Verschueren

Modern Woordenboek (1930-1961)

flank

v. (-en) [Fr. flanc d. i.] zijde nl. 1. buikzijde bij vierpotige dieren: de -en van een ➝ paard. 2. zijde van een legerafdeling: in de aanvallen; overwinnaar op de beide -en; in de vallen, [een aanval op de flank komt de aanval op het front te hulp], zeer welkom zijn, in de smaak vallen; Mil. links, rechts in of uit de -, links-, rechtsom. Tgst....

Lees verder
1916
2023-02-07
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Flank

Flank - 1) Bij de huisdieren noemt men de zijwanden van den buikwand de flanken. Zij worden begrensd door de lenden, de ribwanden, de knieën en de eigenlijke buik. Men wenscht de flanken niet breed en goed gevuld. Dieren met lange, holle flanken laten zich niet gemakkelijk voeden en zijn daarom dikwijls niet in goeden voedingstoestand. Bij het rund...

Lees verder
1914
2023-02-07
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

flank

flank, - v., zijde.

1908
2023-02-07
Vivat

Schrijver op Ensie

Flank

zijde, kant, strijklijn van een bolwerk ; in de heraldiek: een der beide zijden van een schild welke boogvormig van het veld zijn afgescheiden.