Wat is de betekenis van fitting?

2019
2021-04-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

fitting

fitting - Zelfstandignaamwoord 1. (elektrotechniek) houder van een gloeilamp (bajonetfitting, schroeffitting) 2. verbindingshulpstuk bij buisleidingen, mof, sok Woordherkomst Naamwoord van handeling van fitten met het achtervoegsel -ing

Lees verder
2018
2021-04-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

fitting

fitting - zelfstandig naamwoord uitspraak: fit-ting 1. van schroefdraad voorzien deel van een lamp waarin een gloeilamp gedraaid wordt ♢ in de fitting wordt contact gemaakt tussen de stroomdraden en de gloeilamp Zelfstandig naamwoord: fit-...

Lees verder
1993
2021-04-16
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Fitting

lamphouder

1990
2021-04-16
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

fitting

fitting - Een stuk pijp of een verbindingsstuk dat men gebruikt om andere stukken pijp met elkaar te verbinden.

1981
2021-04-16
zelfstudie

Encyclopedie voor Zelfstudie

Fitting

is een deel van een elektrische lichtinstallatie, waarin de lamp is vastgeschroefd en met de leiding verbonden.

1973
2021-04-16
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

fïtting

[Eng.], m. (-s, -en), 1. deel van een elektrisch apparaat dat de verbinding vormt tussen de stroomdraden en een lamp, lamphouder; 2. hulpstuk bij het aanleggen van buisleidingen, dat dient om verschillende pijpstukken met elkaar te verbinden; 3. (mv.) kleine onderdelen voor machines die in fabrieken bij massa gemaakt worden.

Lees verder
1955
2021-04-16
vreemd

Vreemde woordenboek

Fitting

verbinding tussen electrische stroomdraden en lamp; hulpstuk tussen buizen; klein machine-onderdeel.

1950
2021-04-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Fitting

(Eng.), m. (-s), 1. deel van een electr. apparaat dat de verbinding vormt tussen de stroomdraden en een lamp; 2. hulpstuk bij het aanleggen van buisleidingen, dienend om verschillende pijpstukken met elkaar te verbinden; 3. (mv.) kleine onderdelen voor machines die in fabrieken bij massa gemaakt worden.

Lees verder
1949
2021-04-16
Vreemde woorden in de Natuurkunde

Prof. Dr. P.H. van Laer

Fitting

(Eng. fittings = monteringsartikelen; to fit = passend maken, monteren). Lamp- of huishouder.

1949
2021-04-16
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Fitting

(lampkouder), constructie waardoor een lamp vastgehouden en tevens van electriciteit voorzien wordt; z goliath-fitting, bajonet (swan)-fitting, edison-fitting, mignon-fitting en dwerg-fitting.

1948
2021-04-16
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

fitting

(Eng.) v. lamphouder.

1933
2021-04-16
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Fitting

Onderdeel, dat de verbinding vormt tusschen de draden van het electrische net en een electr. lamp; ook wel lamphouder genaamd. De vsch. typen kunnen hoofdzakelijk verdeeld worden in schroeffitting en bajonetfitting. Bij de schroef- of Edisonfitting wordt de lamp in de f. vastgedraaid, bij de bajonet- of Swanfitting ingestoken en een kwart slag omge...

Lees verder
1916
2021-04-16
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Fitting

Fitting - (H.), Duitsche plantkundige, hoogleeraar te Bonn, heeft zich vooral bezig gehouden met onderzoekingen over de bewegingen der planten en in den laatsten tijd over den turgor.

1898
2021-04-16
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Fitting

FITTING, m. (-s), kleine onderdeelen voor verschillende machines, die in fabrieken bij massa gemaakt worden; (gew.) fret, fretboortje.