Wat is de betekenis van firma?

2019
2021-01-28
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

firma

firma - Zelfstandignaamwoord 1. (juridisch) een handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn Kunnen wij die producten allemaal bestellen bij die firma? 2. (economie) een zaak of bedrijf We hebben weer eens een nieuwe f...

Lees verder
2018
2021-01-28
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

firma

firma - zelfstandig naamwoord uitspraak: fir-ma 1. plaats waar men iets maakt of doet om geld te verdienen ♢ firma Van Beren voor appels en peren Zelfstandig naamwoord: fir-ma de firma d...

Lees verder
2003
2021-01-28
Financieel Woordenboek

Door Frits Conijn & R.M. van Poll (2003)

firma

firma - De handelsnaam van bijvoorbeeld een eenmanszaak als de eigenaar niet zijn eigen naam wil gebruiken. Ook bij een vennootschap onder firma of een maatschap wordt vaak een firmanaam gebruikt.

2000
2021-01-28
Plantennamen

Verklarend woordenboek der wetenschappelijke namen van de in Nederland en Nederlandsch-Indië in het wild groeiende en in tuinen en parken gekweekte varens en hoogere planten door Dr. C. A. Backer (1936)

firma

firma, - zie firmus.

1993
2021-01-28
Vreemd Nederlands

Vreemd Nederlands

Firma

handelszaak; handelsnaam

1990
2021-01-28
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

firma

firma - Vennootschappen van twee of meer personen die onder een gemeenschappelijke naam zaken doen.

1973
2021-01-28
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

firma

[Lat. firmare, (met zijn handtekening) bevestigen], v./m. (-’s), 1. naam waaronder een zakenman of vennootschap handel drijft; 2. handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn ; in ruimere bet.: handelszaak in het algemeen: een oude dat is een goede voor Franse wijn. Juridisch wordt firma voornamelijk...

Lees verder
1950
2021-01-28
Dikke Van Dale

Nederlands woordenboek (7e druk)

Firma

v. (-’s), 1. naam waaronder een koopman of vennootschap handel drijft; 2. handelsvennootschap waarbij de vennoten hoofdelijk voor het geheel aansprakelijk zijn ; in ruimere bet.: handelszaak in ’t alg.: een oude firma; dat is een goede firma voor Franse wijn; — ook oneig.

Lees verder
1949
2021-01-28
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Firma

vennootschap onder firma, |vennootschap, door 2 of meer personen aangegaan ten einde onder gemeenschappelijke naam een bedrijf uit te oefenen (Ned. W.v.K. 16). Ieder der vennoten is bevoegd, namens de F. op te treden. Voor de schulden der F. is iedere vennoot hoofdelijK verbonden. De F. heeft geen rechtspersoonlijkheid. In Blg. is de vennootschap o...

Lees verder
1948
2021-01-28
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

firma

v. handelszaak; bedrijfsnaam; handtekening v. e. handelsliuis ; onder de ~, bet. ook: onder het voorwendsel; ~ geven, een bediende volmacht geven om in naam v. e. principaal te firmeren, (ondertekenen).-

1940
2021-01-28
Economische encyclopedie 1940

Economische encyclopedie (1940), samengesteld door D.C. van der Poel. Gepubliceerd door Uitgeversmaatschappij W. de Haan N.V. Utrecht.

Firma

zie: Onderneming.

1933
2021-01-28
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Firma

Naam, waaronder een of meerdere kooplieden hun bedrijf uitoefenen. → Handelsnaam. Men gebruikt het woord f. ook ter aanduiding van den vennootschapsvorm, die het W. v. K. vennootschap onder firma noemt.

Lees verder
1928
2021-01-28
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Firma

Je hebt allen wel eens gehoord van een oude, degelijke firma en in die betekenis gebruikt, wilde firma eenvoudig zeggen: zaak. Het gebeurt dikwijls, dat enige personen tezamen een zaak drijven. Zijn het er twee, dan zal de naam van de zaak gewoonlijk bestaan uit de namen van die beide personen, b.v. boekhandel Jansen en Willems. Zijn het er echter...

Lees verder
1916
2021-01-28
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Firma

Firma - 1) naam, waaronder een persoon of vennootschap een bedrijf uitoefent en die niet eene aanduiding van dat bedrijf, maar een of meer persoonsnamen bevat (Fr. raison sociale). Bij het bedrijf van één persoon spreekt men veelal slechts van firma of firmanaam, wanneer deze afwijkt van den familienaam van den ondernemer. In Zwitserland moet echte...

Lees verder
1914
2021-01-28
De vreemde woorden

De vreemde woorden, verklarend woordenboek door Fokko Bos.

firma

firma, - v., naam, waaronder een handelszaak wordt geschreven.

1910
2021-01-28
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Firma

Firma - Eng. firm. Fr. raison, raison de commerce, raison sociale, D. firma. De naam, waaronder de koopman of fabrikant zijn handel drijft en waarmede hij zijn handelsbrieven en contracten onderteekent. De firma is eigenlijk de naam van de handelszaak, in tegenstelling van dien van den eigenaar der zaak. Wellicht diende oorspronkelijk het gebruik v...

Lees verder
1898
2021-01-28
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Firma

FIRMA, v. (-’s), naam waaronder een koopman of vennootschap handel drijft.

1870
2021-01-28
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Firma

Onder dit woord verstaat men ten eerste eene der drie bij onze wet bekende soorten van vennootschappen van koophandel, — en ten tweede den naam zelven, onder welken die vennootschap — of ook wel een enkel individu handelend optreedt, om daden van koophandel als zijn beroep uit te oefenen. De vennootschap onder firma is de benaming der vennootschap,...

Lees verder