Wat is de betekenis van financiën?

2019
2022-01-20
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

financiën

financiën - Zelfstandignaamwoord 1. de geldmiddelen van een persoon of instelling Ik wil een nieuwe computer maar mijn financiën staan me dat niet toe. Synoniemen financies

Lees verder
2018
2022-01-20
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

financiën

financiën - zelfstandig naamwoord uitspraak: fi-nan-ci-en 1. geld of geldzaken ♢ mijn financiën zijn wel in orde Zelfstandig naamwoord: fi-nan-ci-en meerv financiën

Lees verder
1993
2022-01-20
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Financiën

(financies) geldmiddelen

1990
2022-01-20
Art & Architecture Thesaurus

Art & Architecture Thesaurus

financiën

financiën - Tak van de economie die zich bezighoudt met het beheer of gebruik van kapitaal en kredieten door een regering, bedrijf of individu.

1958
2022-01-20
Encyclopedie van Friesland

Encyclopedie van Friesland (1958) onder redactie van Prof. Dr. J.H. Brouwer

FINANCIËN

Provinciaal. Voor de komst van de Saksische hertogen is van Fr. F. geen sprake. Een enkele keer hief men een omslag om soldaten te betalen. De F. van de Saksische hertogen en Bourgondische landsheren waren, wat betreft Frl., niet anders dan een verlengstuk van de F. der landsheren in hun andere gebieden. Een groot deel der binnengekomen gelden wer...

Lees verder
1955
2022-01-20
Vreemd woordenboek

Vreemde woorden woordenboek

Financiën

de geldmiddelen

1952
2022-01-20
Frysk Wurdboek

Friesch woordenboek

Financiën

s.pl., finansjes, jildsaken.

1950
2022-01-20
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Financiën

(<Fr.), v. mv., 1. geldwezen, geldmiddelen, inz. de openbare: Departement, minister van Financiën; ’s kinds financiën; zijn financiën zijn in de war; 2. (met hoofdletter) verkorting van Departement van Financiën: hij werkt op Financiën.

Lees verder
1949
2022-01-20
De Kleine Winkler Prins

Kleine Winkler Prins van A-Z

Financiën

geldmiddelen, in het bijzonder die van de Staat en van andere openbare lichamen.

1948
2022-01-20
Kramers woordentolk

Vreemde woorden, uitdrukkingen en afkortingen (1948)

financiën

financie(s), v. mv. geldmiddelen.

1939
2022-01-20
Humoristisch woordenboek

Amusant-Zorgenverdrijvend Woordenboek (De Kolibri)

Financiën

Geld fata-morgana.

1933
2022-01-20
Iedereen

Encyclopedie voor Iedereen

Financiën

departement v. → Ministerie.

1933
2022-01-20
Katholieke Encyclopaedie

25 delen, uitgegeven 1933-1939. Uitgeverij Joost van den Vondel te Amsterdam.

Financiën

afgeleid van Lat. finis (= einde), dat een vert. is van het Gr. telos (= einde, afbetaling, tol); beteekent dus eigenlijk de som, die uiterlijk op een bepaalden dag moest afbetaald worden. Tegenwoordig beteekent het woord geldmiddelen in het algemeen (➝Geld, Geldwezen), doch gewoonlijk wordt het meer in het bijzonder gebruikt in den zin van geldmid...

Lees verder
1928
2022-01-20
Wat is dat?

Wat is dat? Encyclopedie voor jongeren (1938).

Financiën

betekent geld of geldwezen, vooral van den staat. Wanneer je je kasboek opmaakt, dan zeg je zelf natuurlijk ook vaak „even m’n financiën ordenen”, maar gewoonlijk wordt toch het woord financiën in meer „grootse” betekenis gebruikt. Het is een Frans woord, dat afgeleid is van het oud-Franse finer = betalen. De...

Lees verder
1916
2022-01-20
Oosthoek 1916

Nederlandse encyclopedie, uitgegeven van 1916-1925.

Financiën

Financiën, geldzaken, geldelijke aangelegenheden. Het woord is afgeleid van het Lat. finis, dat in de Middeleeuwen werd gebruikt voor hetgeen men op een bepaalden tijd aan de overheid moest opbrengen (vergel. het Eng. fine. boete). Met financiewezen wordt dan ook in het bijzonder aangeduid al hetgeen tot de geldelijke aangelegenheden der overheid b...

Lees verder
1910
2022-01-20
Handelslexicon

Handelslexicon (1910) door J. Hagers

Financiën

Financiën - geldmiddelen, geldwezen. Meer wordt het gebruikt, wanneer er sprake is van de geldmiddelen van den staat, waaronder men dan moet verstaan die van den staat als zoodanig en niet van zijn leden: de bevolking, de natie. — Eneberg, T., Grundriss der Finanzwissenschaft, f 6.50. — Hauchhofer, Die Finanzwissenschaft. f 1.95. — Cort van der L...

Lees verder
1898
2022-01-20
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Financiën

FINANCIËN v. mv. geldwezen, geldmiddelen; — de financiën, inkomsten; departement van financiën; minister van financiën; ’s lands financiën.

Lees verder
1870
2022-01-20
Winkler Prins 1870

Nederlandse encyclopedie

Financiën

Financiën, afgeleid van het Latijnsche finis, finatio, — eigenlijk einde — welken naam men in de middeleeuwen gaf aan elke som, die op een bepaalden dag aan de schatkist moest betaald worden — in Engeland heet nog eene geldboete fine —, omvatten de middelen, de ontvangsten en uitgaven, die in de huishouding van Staat worden ontvangen en uitgegeven....

Lees verder