Wat is de betekenis van Fieltig?

2020
2021-07-27
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

fieltig

(16e eeuw) (inf.) schurkachtig, gemeen, doortrapt. • De fieltige zaakwaarnemers waren reeds op de beste plaatsen neergestreken … (F. Bordewijk: Karakter. 1938) • Als een kind een beetje fieltig lacht, krijgt het te horen: de duvel lacht mit je… (Taal en Tongval. Jaargang 30. 1978) • Ontferm u bovenal over het...

Lees verder
1973
2021-07-27
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

fieltig

bn. en bw., schurkachtig, gemeen.

1950
2021-07-27
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Fieltig

bn. bw., schurkachtig, gemeen.

1898
2021-07-27
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Fieltig

FIELTIG, bn. bw. fielterig.

Gerelateerde zoekopdrachten