Wat is de betekenis van Fielterig?

1993
2021-08-04
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Fielterig

(fieltig) laaghartig

1950
2021-08-04
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Fielterig

bn. bw. (-er, -st), laaghartig, doortrapt gemeen.

1898
2021-08-04
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Fielterig

FIELTERIG, bn. bw. (-er. -st), laaghartig, doortrapt gemeen. FIELTERIGHEID, v.

Gerelateerde zoekopdrachten