Wat is de betekenis van fielt?

2020
2021-06-24
Woordenboek van Populair Taalgebruik

Geschreven door Marc De Coster. Uitgegeven op Ensie in 2020.

fielt

(ca. 1550) (scheldw.) doortrapte schurk; gewetenloos iemand; bedrieger. Aan de KMA te Breda werd dit woord gebruikt in de zin van 'onderofficier belast met de surveillance'. In de soldatentaal werd deze term opgetekend in de periode 1860-1885. In de betekenis van 'schurk' dateert 'fielt' reeds van het midden van de zestiende eeuw. Het woord komt...

Lees verder
2019
2021-06-24
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

fielt

fielt - Zelfstandignaamwoord 1. (informeel) (scheldwoord) schoft

Lees verder
2017
2021-06-24
Soldaten

Jargon & Slang van Soldaten

Fielt

Fielt - aan de KMA te Breda een onderofficier belast met de surveillance. Sedert ca. 1860-1885 in de soldatentaal. Het woord zelfin de betekenis van schurk, dateert reeds van het midden van de 16de eeuw.

2007
2021-06-24
Scheldwoordenboek

Geschreven door Marc de Coster © 2007

fielt

doortrapte schurk; gewetenloos iemand; bedrieger. In zijn boek ‘Er gebeurt nooit iets’ (1993) noemde Theo van Gogh Max Pam een fielt eerste klasse. Aan de KMA te Breda werd dit woord gebruikt in de zin van ‘onderofficier belast met de surveillance’. In de soldatentaal werd deze term opgetekend in de periode 1860-1885. In de...

Lees verder
1994
2021-06-24
Vreemde woorden

Woordenboek vreemde woorden

Fielt

[v. Fr. vil, Lat. vilis = gemeen, laag] gemene kerel, ploert.

1993
2021-06-24
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks

Fielt

schavuit

1980
2021-06-24
Van aalmoes tot zwijntjesjager

Geschreven door Dr. E. Schröder, 1980

Fielt

In verscheidene woorden is de beginletter f uit een v ontstaan. Fooi hangt samen met via, fraai met verus. Zo is het ook gesteld met fielt dat via het Franse vil teruggaat op het Latijnse vilis: gemeen. Een fielt is dan ook: een bedrieger, een schurk en in het bijzonder: iemand die zonder zichzelf strafbaar te maken, anderen op geslepen wijze kwaad...

Lees verder
1973
2021-06-24
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

fielt

m. (-en), gemene schelm, doortrapte schurk, m.n. iemand die op laaghartige wijze anderen kwaad doet zonder wettelijk strafbaar te zijn.

1950
2021-06-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Fielt

m. (-en), gemene schelm, doortrapte schurk, in ’t bijz. iem. die op laaghartige wijze anderen kwaad doet zonder wettelijk strafbaar te zijn.

1919
2021-06-24
uitdrukkingen

Woorden en uitdrukkingen verklaard

Fielt

mnl. fiel. Hoewel er uit phonetisch oogpunt veel valt te zeggen voor een verklaring uit het eng. filth (vuiligheid) en dus als hetzelfde als het bij Hooft (Warenar vs. 7) voorkomend vilt = gierigaard, is er toch grooter waarschijnlijkheid, dat de verklaring uit het fra. Vil (laag) de ware is. De vorm fiel komt vroeger ook voor, terwijl een t, voora...

Lees verder
1898
2021-06-24
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Fielt

FIELT, m. (-en), gemeene schelm, doortrapte schurk.

1898
2021-06-24
J.V. Hendriks

Handwoordenboek van Nederlansche Synoniemen 1898

Fielt

zie Deugniet.