Wat is de betekenis van fiduciair?

2024-04-22
Nederlandstalige WikiWoordenboek

Wiktionary (2019)

fiduciair

fiduciair - Bijvoeglijk naamwoord 1. op vertrouwen berustend de euro is een fiduciaire munt Woordherkomst afgeleid van het Franse fiduciaire of fiducie met het achtervoegsel -air

2024-04-22
Woordenboek vreemde woorden

A. Kolsteren en Ewoud Sanders (1994)

Fiduciair

[Fr. fiduciaire] bn op vertrouwen gegrond; ook: op fideï-commis (z.a.) betrekking hebbend; fiduciair geld, papieren geld, waarvan de waarde is gebaseerd op het vertrouwen dat men heeft in de Staat (of andere instelling) die het in omloop brengt als ruilmiddel.

2024-04-22
Vreemd Nederlands

Jan Meulendijks (1993)

Fiduciair

op vertrouwen berustend (rechtsk.)

2024-04-22
De vreemde woorden

Fokko Bos, Dr. O. Noordenbos (1955)

Fiduciair

op vertrouwen berustend; z.nw.: vertrouwensman

2024-04-22
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Fiduciair

(Fr.), bn., op vertrouwen berustend : fiduciair geld {.ruilmiddel), papiergeld, dat zijn waarde ontleent aan het vertrouwen dat de staat of de instelling geniet die het uitgeeft ; — (rechtst.) fiduciaire handeling, hetgeen men als vertrouwensman van een ander te diens behoeve doet.

2024-04-22
Kramers woordentolk

Jacon Kramers Jz (1948)

fiduciair

als vertrouwensman.

2024-04-22
Modern Woordenboek

Jozef Verschueren (1930)

fiduciair

(fidusi'e:r) bn. en bw. als ( van een) vertrouwensman : -e rechtshandelingen.

2024-04-22
Oosthoek encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

Fiduciair

Fiduciair, op vertrouwen berustend. Zoo spreekt men van fid. betaalmiddel en van fid. circulatie resp. voor betaalmiddel, dat niet uit volwaardig metaal bestaat, en voor den omloop daarvan. In hoofdzaak zijn dus bankbiljetten en papiergeld fid. betaalmiddelen.

Wil je toegang tot alle 12 resultaten?

Ja, ik word vriend van Ensie!
2024-04-22
Oosthoek Encyclopedie

Oosthoek's Uitgevers Mij. N.V (1916-1925)

fiduciair

[Fr.], bn., op vertrouwen berustend.