Wat is de betekenis van feilloos?

2019
2021-05-08
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

feilloos

feilloos - Bijvoeglijk naamwoord 1. perfect, zonder fouten De wiskundeleraar had een feilloos geheugen voor formules. Woordherkomst afgeleid van feil (stam van het werkwoord feilen) met het achtervoegsel -loos Synoniemen foutloos, perfect, uitmuntend

Lees verder
2018
2021-05-08
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

feilloos

feilloos - bijvoeglijk naamwoord uitspraak: feil-loos 1. zonder ooit een fout te maken ♢ hij weet feilloos de weg in die stad 1. ergens een feilloos instinct voor hebben [precies aanvoelen wat er s...

Lees verder
1973
2021-05-08
Oosthoek Encyclopedie

De Oosthoek is een Nederlandse encyclopedie die in verschillende uitvoeringen is verschenen

feilloos

bn. en bw., zonder feilen; niet dwalend: met — instinct; volkomen juist, zuiver.

1950
2021-05-08
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Feilloos

bn. bw., zonder feilen; niet dwalend: met feilloos instinct; — volkomen juist, zuiver.

1898
2021-05-08
Van Dale 1898

Groot woordenboek der Nederlandsche taal

Feilloos

FEILLOOS, bn. bw. zonder feilen. FEILLOOSHEID, v.