Wat is de betekenis van familielid?

2020
2021-10-16
Algemeen Nederlands Woordenboek

Digitaal woordenboek van eigentijdse Nederlands

familielid

Het begrip familielid heeft 2 verschillende betekenissen: 1) lid van een familie. persoon die deel uitmaakt van de familie van iemand. Soms gebruikt voor verwanten in om het even welke graad van verwantschap, soms voor verwanten naast het onmiddellijke gezin van de betrokkene. 2) verwante soort. soort, hetzij een natuurlijke s...

Lees verder
2019
2021-10-16
Wiktionary

Nederlandstalige WikiWoordenboek

familielid

familielid - Zelfstandignaamwoord 1. persoon beschouwd in zijn verhouding tot degenen met wie hij een familie uitmaakt Woordherkomst samenstelling van familie en lid Synoniemen bloedverwant, verwant

Lees verder
2018
2021-10-16
Muiswerk Educatief

Nederlands woordenboek voor onderwijs

familielid

familielid - zelfstandig naamwoord uitspraak: fa-mi-lie-lid 1. iemand die deel uitmaakt van dezelfde familie ♢ deze verre neef is een familielid van mij Zelfstandig naamwoord: fa-mi-lie-lid het familielid ...

Lees verder
1973
2021-10-16
Oosthoek Encyclopedie

Nederlandse encyclopedie

familielid

o. (-leden), persoon beschouwd in zijn verhouding tot degenen met wie hij een familie vormt; ook oneig.

1950
2021-10-16
Groot woordenboek der Nederlandse taal - 1950

Nederlands woordenboek (7e druk)

Familielid

o. (...leden), persoon beschouwd in zijn verhouding tot degenen met wie hij een familie uitmaakt; ook oneig.