Familie
v. (-S, ...liën), veroud. en volkst. FAMIELJE, 1. gezin als bestaande uit bij elkaar wonende leden, huisgezin van een bep. persoon: er wonen twee families in dat huis; een bezoek bij de familie S.; — de Heilige Familie, het kind Jezus met Maria en Jozef; huisgenoten: hoe maakt de familie het? de heer en mevrouw B....