Wat is de betekenis van Falen?

2026-01-24
Groot woordenboek der Nederlandse taal

Van Dale Uitgevers (1950)

Falen

(faalde, heeft gefaald), I. onoverg., 1. ontbreken, meest in onpers. gebruik: het faalt hem aan moed; 2. in gebreke blijven, te kort schieten: zijn krachten faalden; hij faalde wel eens met zijn betalingen; 3. fouten begaan, verkeerd handelen: het bestuur heeft in dit opzicht meer dan eens gefaald ; 4. mislukken, niet slagen...

Wil je de volledige toegang tot alle 20 resultaten?

Word vriend

Of oriënteer eerst en blader door onze categorieën


Studenten en medewerkers van onderstaande onderwijsinstellingen hebben gratis toegang

Universiteit Leiden University of Amsterdam Universiteit Utrecht
2026-01-24
Waterbegrippen

Rijkswaterstaat (2022)

Falen

Het niet meer kunnen vervullen van de primaire functie. Bij een waterkering gaat het dan om de functie water keren. Er is dan meestal nog geen sprake van een feitelijke overstroming, maar de kans daarop is te groot geworden. De waterkering voldoet niet meer aan de eisen voor de waterkerende functie.